Uitgescheurde gesteltak omwille van tonderzwamaantasting. Dit incident had kunnen vermeden worden door tijdig een boomveiligheidscontrole uit te voeren.
VTA-contorle beuk met topsterfte.
VTA-controle van Amerikaanse eik duidt op harslakzwamaantasting.

Boom­vei­lig­heids­con­tro­le, indi­vi­du­e­le boom of bomenbestand

 

Een boom­vei­lig­heids­con­tro­le geeft je infor­ma­tie over con­di­tie en staat van een boom. Zodat u weet of de boom nog vei­lig is voor zijn omge­ving. We hou­den alle­maal van bomen, en zeker van vei­li­ge bomen.

Deze web­pa­gi­na geeft je infor­ma­tie over wat een boom­vei­lig­heids­con­tro­le is, hoe wij deze uit­voe­ren en wel­ke gege­vens je terug­vindt in een boomveiligheidsrapport.

 

 

Wat is een boomveiligheidscontrole?

 

Een boom­vei­lig­heids­con­tro­le, vaak afge­kort als BVC, is een pro­ces waar­bij bomen visu­eel en non-inva­sief wor­den geë­va­lu­eerd op hun con­di­tie, vita­li­teit, sta­bi­li­teit en veiligheid.

Het doel van een boom­vei­lig­heids­con­tro­le is om moge­lij­ke risico’s en pro­ble­men met betrek­king tot bomen in ste­de­lij­ke omge­vin­gen of ande­re gebie­den waar men­sen zich bevin­den, te iden­ti­fi­ce­ren en te beoordelen.

Tij­dens een boom­vei­lig­heids­con­tro­le onder­zoe­ken we ver­schil­len­de aspec­ten van de boom, zoals:

 

Con­di­tie

Hoe is de blad­zet­ting van de boom tot een kern­ge­zond exem­plaar van zijn soort? En zijn er teke­nen van ziek­te, pla­gen, schim­mels of ande­re aan­tas­tin­gen aanwezig?

Struc­tuur

Is de boom in goe­de fysie­ke staat, of zijn er teke­nen van rot, scheu­ren, hol­tes of ande­re struc­tu­re­le pro­ble­men in de kroon­ar­chi­tec­tuur zoals pla­kok­sels en elle­boog­tak­ken? Waar­door tak­ken of ande­re delen van de boom het mecha­nisch kun­nen begeven.

Sta­bi­li­teit

Is de boom ste­vig ver­an­kerd in de grond? Zijn er teke­nen van wor­tel­pro­ble­men of ver­an­de­rin­gen in de bodem die een wij­zi­ging in de sta­bi­li­teit aan­to­nen? Zoals grond­scheu­ren of loka­le bodem­ver­ho­gin­gen ter hoog­te van de wortelkluit.

Tak­ken en kruin

Zijn er dode of zwak­ke tak­ken die kun­nen afbre­ken en gevaar kun­nen ople­ve­ren voor men­sen of eigendommen?

Omge­vings­fac­to­ren

Wordt de boom beïn­vloed door wind, voch­tig­heid, nabij­ge­le­gen con­struc­ties, of ande­re fac­to­ren die de vei­lig­heid kun­nen beïnvloeden?

 

Nemen van maat­re­ge­len bij vast­ge­stel­de problemen

Op basis van deze eva­lu­a­tie kun­nen we bepa­len of er maat­re­ge­len nodig zijn, zoals:

  • het snoei­en van gevaar­lij­ke takken,
  • het ver­ster­ken van kruin­de­len van de boom door het plaat­sen van kroon­an­kers of kabels,
  • het uit­voe­ren van nader onder­zoek zoals en geluids­to­mo­gra­fie of trekproef,
  • of zelfs het ver­wij­de­ren van een zie­ke of insta­bie­le boom als deze een reëel gevaar vormt voor de omgeving.

 

Boom­vei­lig­heids­con­tro­les zijn belang­rijk om ervoor te zor­gen dat bomen in open­ba­re ruim­tes, par­ken, tui­nen, langs wegen en in ande­re gebie­den vei­lig blij­ven voor mens en eigendom.

Een boom­vei­lig­heids­con­tro­le  draagt bij aan het mini­ma­li­se­ren van risi­co’s. Die kun­nen ont­staan door het val­len van tak­ken of omval­len­de bomen. En zor­gen voor een gezon­de en boom­vei­li­ge omgeving.

 

 

Waar­om een boom­vei­lig­heids­con­tro­le laten uitvoeren?

 

De vraag naar een boom­vei­lig­heids­con­tro­le komt vaak boven wan­neer eige­naars of beheer­ders zich zor­gen maken over de vei­lig­heid van hun bomen.

Wan­neer men bij­voor­beeld hol­ten of vrucht­li­cha­men van schim­mels waar­neemt bij de boom. En hol­ten en schim­mels kun­nen bomen inder­daad mecha­nisch verzwakken.

En terecht, want wan­neer er een onge­luk zou gebeu­ren, kun­nen zij aan­spra­ke­lij­ke gesteld wor­den voor de scha­de die het onge­val heeft veroorzaakt.

Maar wan­neer de boo­mei­ge­naar over een boom­vei­lig­heids­con­tro­le, heeft hij gehan­deld als goe­de huis­va­der. En wordt de kans al veel klei­ner dat er onver­wach­te din­gen gebeu­ren met de eerst­ko­men­de storm.

Daar­naast zijn er nog ande­re belang­rij­ke rede­nen waar­om je een boom­vei­lig­heids­con­tro­le uitvoert.

Zo doe je bij boom­be­heer op gro­te schaal, zoals bij het opstel­len van een bomen­plan, van iede­re boom een boom­vei­lig­heids­con­tro­le. Omdat je hier­door een over­zicht krijgt van wel­ke bomen de hoog­ste pri­o­ri­teit eisen in ver­band met boomveiligheid.

 

 

Wel­ke boom­pa­ra­me­ters con­tro­leer je bij een boomveiligheidscontrole?

 

Bij een boom­vei­lig­heids­con­tro­le ga je steeds non-destruc­tief en non-inva­sief te werk. Het is een visu­e­le inspec­tie waar­bij we vol­gen­de para­me­ters kun­nen controleren:

  • blad­zet­ting
  • blad­kleur
  • scheut­leng­te
  • gro­te van de vruchten
  • kroon­struc­tuur
  • kroon­kwa­li­teit
  • is er taksterfte
  • hol­ten
  • inrot­tin­gen
  • mecha­ni­sche schade
  • zwa­re elleboogtakken
  • zwa­re zuigers
  • scheu­ren
  • tor­sies
  • wor­tel­ge­stel
  • wurg­wor­tels
  • stand­plaats
  • wond­over­groei­ing
  • reac­tie­hout

Daar­naast kun­nen we ver­schil­len­de beheers­maat­re­ge­len ineens mee rap­por­te­ren, zoals:

  • boom te snoei­en (kroon­re­duc­tie, uit­lich­ten, vei­lig­heids­snoei, inne­men, begeleidingssnoei…),
  • boom te kappen,
  • nader­on­der­zoek (Picus geluids­to­mo­gra­fie, trek­proef, klim­men­de inspec­tie, dro­ne inspectie, …),
  • te ver­van­gen (bij jon­ge aan­plant bij­voor­beeld of in een dreef),

Afhan­ke­lijk van de opdracht wor­den er meer­de­re of slechts enke­le para­me­ters gerap­por­teerd. Bemerk dat dit steeds in over­leg en in func­tie van het actu­e­le boom­be­heer gebeurt.

 

Wel­ke hulp­mid­de­len gebrui­ken we bij een boomveiligheidscontrole?

 

Bij een boom­vei­lig­heids­con­tro­le wens je zoveel moge­lijk en toch op een een­vou­di­ge manier te weten te komen van de toe­stand waar­in de boom zich bevindt. Klei­ne een­vou­di­ge hulp­mid­de­len zoals een prik­stok, een ver­re­kij­ker, meet­lint, hou­ten hamer een ste­vig mes en hand­snoei­schaar kun­nen je erg veel infor­ma­tie verschaffen.

De hou­ten hamer is erg nut­tig tij­dens het detec­te­ren van hol­ten in de stam, stam­voet, wor­tel­aan­zet­ten en zelfs de wor­tels als ze groot genoeg zijn en zich deels boven­gronds bevinden.

De prik­stok gebrui­ken we om de diep­te van een inrot­ting te meten. Of om te bepa­len of een stuk bloot­lig­gend kern­hout niet rot gewor­den is door aan­tas­ting van een schim­mel. Met de prik­stok meten we ook de indrin­gings­weer­stand van de bodem in de kroon­pro­jec­tie van de boom. Dit is dan geen exac­te meting, maar geeft een eer­ste indi­ca­tie van de bodem­ge­steld­heid tij­dens de boominspectie.

Is er twij­fel en ver­moe­den we een gecom­pac­teer­de bodem, dan nemen we onze pene­tro­me­ter erbij, die exac­te waar­den weergeeft.

Door een twijg af te snij­den met mes of snoei­schaar, is de bin­nen­kant van de twijg zicht­baar. De toe­stand ervan kan ons bij som­mi­ge aan­tas­tin­gen en/of soor­ten ook meer infor­ma­tie geven over de con­di­tie van de boom.

En om goed te kun­nen waar­ne­men of er aan de bui­ten­zij­de van de kroon geen afster­ving plaats­vindt of er over­al uit­lo­pen­de knop­pen aan­we­zig zijn, komt de ver­re­kij­ker goed van pas.

Het komt er op neer, hoe meer infor­ma­tie je op een een­vou­di­ge manier kan bepa­len, hoe beter je een oor­deel kan vel­len over de boom.

Ook een boek over MTA (Myco­lo­gi­cal Tree Assess­ment) met heel veel infor­ma­tie over wel­ke schim­mel welk effect heeft op wel­ke boom­soort, behoort ook tot de hulp­mid­de­len van onze tree mana­ger.

 

 

Enke­le voor­beeld­si­tu­a­ties van een boomveiligheidscontrole

 

Uit deze inspec­tie of boom­vei­lig­heids­con­tro­le kan dan blij­ken dat de boom bv. zeer onsta­biel is gewor­den. Of gevoe­lig is aan wind­worp, stam­breuk of tak­breuk. Ook ande­re ken­mer­ken van de boom, zoals een zwa­re elle­boog­tak of pla­kok­sel kun­nen op ter­mijn voor pro­ble­men of een onvei­li­ge situ­a­tie zor­gen. Al deze ver­za­mel­de gege­vens bewa­ren we in één ver­slag, samen met de advie­zen en miti­ge­ren­de maat­re­ge­len. Om nadien de juis­te acties te onder­ne­men, ook voor de opvol­ging over de vol­gen­de jaren.

Het kan ook zijn dat de levens­ver­wach­tin­gen van een boom nog maar beperkt zijn. Omwil­le van bij­voor­beeld een schim­mel­aan­tas­ting. Zoals bij de ver­ge­vor­der­de staat van een ton­der­zwa­m­aan­tas­ting, waar­bij de vrucht­li­cha­men al vol­le­dig zijn ont­wik­keld en meer­de­re jaren oud zijn. Of zoals bij de aan­tas­ting door een hars­lak­zwam, of vuur­zwam. En als deze vrucht­li­cha­men vol­groeid en tal­rijk aan­we­zig zijn op de boom, is het hout bin­nen­in de boom vol­le­dig geko­lo­ni­seerd door de zwam­vlok. Waar­door er geen gezond hout meer over­blijft. Wat maakt dat er zich ern­sti­ge sta­bi­li­teits­pro­ble­men aan­die­nen. De boom zal je dan drin­gend moe­ten kap­pen om veiligheidsredenen.

 

 

Het resul­taat van de con­tro­le bepaalt of er nader onder­zoek nodig is

 

Aan de hand van de non-destruc­tie­ve en visu­e­le inspec­tie van bomen door onze boom des­kun­di­ge kan beslist wor­den dat er nog bij­ko­men­de onder­zoek al dan niet nodig is. Dit noemt men dan nader onder­zoek. Nader onder­zoek kan bij­voor­beeld een resis­to­gra­fie, trek­proef, blad­ana­ly­se, chlo­ro­fyl flu­o­res­cen­tie ana­ly­se, grond­ana­ly­se, akoes­ti­sche tomo­gra­fie, klim­men­de inspec­tie of ander onder­zoek zijn.

Klimmende inspectie, aanvulling op de VTA-controle, van een veterane boom (linde) als boomveiligheidscontrole

 

Picus geluidstomografie en trekproef van dezelfde veterane boom (linde) als boomveiligheidscontrole, omdat er met de MTA-controle een zadelzwam (Polyporus squamosus) werd aangetroffen in de holte tussen de twee stamdelen.

Picus geluids­to­mo­gra­fie en trek­proef van dezelf­de vete­ra­ne boom (lin­de) als boom­vei­lig­heids­con­tro­le, omdat er met de MTA-con­tro­le een zadel­zwam (Poly­po­rus squa­mo­sus), die het hout erg breek­baar maakt, werd aan­ge­trof­fen in de hol­te tus­sen de twee stamdelen.

 

 

Ver­ho­gen van de boom­vei­lig­heid door regel­ma­ti­ge controle

 

Wan­neer een boom niet meer gezond is, en de levens­ver­wach­tin­gen dus eer­der beperkt zijn, maar de eige­naar of beheer­der van de boom deze toch nog zo lang als moge­lijk op een vei­li­ge manier wenst te behou­den, is opvol­ging op regel­ma­ti­ge basis nodig.

Inspec­tie door onze boom­des­kun­di­ge om de 6 maan­den, jaar­lijks of om de 2, 3 of maxi­mum 4 jaar. Op voor­waar­de dat je bij­ko­men­de maat­re­ge­len neemt, zoals bij­voor­beeld ver­an­ke­ren, onder­steu­nen, vei­lig­heids­snoei of andere.

Dit moet steeds in func­tie van de hui­di­ge toe­stand van de boom beke­ken en beslist worden.

Wan­neer een boom gevoe­lig is aan wind­worp door een zwaar aan­ge­tas­te gestel­wor­tel of een gro­te hol­te in de stam, zal de opvol­ging op zeer regel­ma­ti­ge momen­ten die­nen te gebeu­ren. Als de con­di­tie van de boom te slecht is, kan zelfs een nood­kap of nood­vel­ling nodig zijn.

Een visu­e­le boom­in­spec­tie ver­telt al erg veel over zowel de con­di­tie als de vita­li­teit van een boom. En zal zeker uit­sluit­sel geven of er nog al dan niet nader onder­zoek nodig is.

 

Wenst u uw bomen te onder­wer­pen aan een boom­vei­lig­heids­con­tro­le, twij­fel dan niet ons te con­tac­te­ren.

Start typing and press Enter to search

Shopping Cart
error: Content is protected !!