Plaatsen van de kluitboom in het plantgat en verankeren van de kluit.
Grote bomen planten in een bestaande rij.

Bomen plan­ten of aan­plan­ten. Wat je best alle­maal weet

Bomen plan­ten of aan­plan­ten: het hoe en waar­om in detail

 

Bomen plan­ten of aan­plan­ten in je tuin, park of laan geeft direct karak­ter aan je groe­ne omge­ving. Ze vor­men de leven­de monu­men­ten die na ver­loop van tijd de basis van jouw tuin, park of stads­kern weerspiegelen.

Het is dan ook de bedoe­ling als je bomen gaat plan­ten, dat ze aan­slaan en groei­en. En dat ze zich kun­nen ont­wik­ke­len tot mooie gro­te bomen, met een goe­de con­di­tie. En waar­aan je er zo wei­nig moge­lijk werk hebt achteraf.

Om maar op te noe­men, vaak plan­ten men­sen, maar ook tuin­aan­ne­mers, bomen veel te diep en dan heb­ben ze zuur­stof te kort in de bodem. De eer­ste jaren groei­en ze nog een beet­je.  Maar dan gaat het snel ach­ter­uit. En ster­ven de bomen af.

Dat wil je zeker voor­ko­men. Lees daar­om op deze pagi­ne alles over hoe je bomen suc­ces­vol kan planten.

Ook de soort­keu­ze voor de plaats waar je een boom gaat plan­ten is erg belang­rijk. En hier komt de ken­nis van onze tree mana­ger om de hoek kij­ken. Hij weet als de bes­te wel­ke bomen geschikt zijn voor wel­ke bodem en hoe groot ze wor­den als ze op eind­beeld zijn.

 

Inhouds­op­ga­ve toon

 

 

Door­dach­te aanpak

Het plan­ten van bomen ver­eist een door­dach­te aan­pak; zowel de soort­keu­ze, als de voor­be­rei­ding van de groei­plaats zijn belang­rijk. Daar­om is soor­ten­ken­nis onmis­baar. Je weet best op voor­hand hoe groot de boom zal wor­den als hij op eind­beeld is. Zodat je later niet steeds met terug­ke­ren­de snoei gecon­fron­teerd wordt.

En het te diep plan­ten van bomen is een veel gemaak­te fout. We heb­ben over te diep geplan­te bomen zelfs een gan­se pagi­na gemaakt.

 

Op deze pagi­na leg­gen we dus echt alles uit over het suc­ces­vol plan­ten van bomen. En waar je over­al reke­ning mee moet hou­den om tot een goed eind­re­sul­taat te komen, met gezon­de en stra­len­de bomen.

 

Tip: lees meer over het opkui­sen of opknap­pen van je tuin, en voer eerst ach­ter­stal­li­ge snoei uit, voor­al­eer je begint aan te plan­ten. Zo krijg je een beter zicht waar je best aan­plant. En kom je tot een fraai­er eindbeeld.

 

 

Waar­om zou je bomen plan­ten? Wel­ke voor­de­len heb­ben bomen?

Bomen plan­ten heeft veel voor­de­len. Bomen leve­ren veel eco­sys­teem­dien­sten die erg nut­tig en belang­rijk zijn voor de mens, dier en hun leefomgeving.

Zo geven bomen scha­duw op hete dagen en geven ze ook ver­koe­ling. Want door de ver­dam­ping van water via hun bla­de­ren ont­trek­ken ze warm­te aan de omge­ving en daalt de gevoelstemperatuur.

Ook fil­te­ren bomen fijn stof en pro­du­ce­ren ze zuur­stof. Waar­door we scho­ne­re lucht kun­nen ina­de­men en we min­der last heb­ben van onze ademhaling.

En omdat bomen indruk­wek­ken­de en mooie groe­ne struc­tu­ren zijn, zor­gen ze voor een rust­ge­vend gevoel en ont­span­ning. Men­sen komen er graag samen en het zorgt voor een fijn soci­aal contact.

Zeker in ste­de­lijk gebied is het plan­ten van bomen belang­rijk omdat het een groe­ne oase cre­ëert te mid­den van de archi­tec­tu­ra­le struc­tu­ren. En ze zor­gen voor de groe­ne monu­men­ten van de toekomst.

 

Hoe bomen planten?

Bomen plan­ten doe je op de vol­gen­de manier, maar we leg­gen je later nog din­gen ver­der in detail uit:

 

Voor­be­rei­ding bij het aanplanten

  • Kies de juis­te boom­soort voor de ruim­te die je ter beschik­king hebt. Zorg dat de boom wan­neer deze op eind­beeld en vol­was­sen is niet te groot is voor de stand­plaats waar je de boom gaat planten.
  • Kies de boom­soort ook in func­tie van de bodem waar je de boom gaat plan­ten. Som­mi­ge boom­soor­ten kun­nen beter tegen een voch­ti­ge bodem en ande­re tegen een dro­ge bodem.
  • Kies kwa­li­teits­vol plant­goed met veel klei­ne wor­tels zodat de boom goed zal aan­slaan. Kijk ook of de boom niet is aan­ge­tast door insec­ten of schim­mels en een goe­de en nor­ma­le kroon­ar­chi­tec­tuur heeft voor zijn soort.
  • Zorg bij het trans­port dat de boom­wor­tels niet kun­nen uit­dro­gen. Dek ze goed af met een zeil of steek ze in een zak. Wind droogt boom­wor­tels enorm snel uit waar­door ze erg snel afsterven.
  • Maak een ruim plant­gat en maak het zeker niet te diep. Het te diep plan­ten van een boom maakt dat de boom zuur­stof­ge­brek heeft aan zijn wor­tels, waar­door deze niet goed groei­en en de boom kan afsterven.

 

Het plan­ten van de boom

  • Plaats de boom cen­traal in het plant­gat. Gebruik bij het plan­ten van gro­te en zwa­re bomen kluit­ha­ken en een goed aan­ge­brach­te band­sling ter hoog­te van de stam tij­dens het inhij­sen. Voor­kom dat de schors en de tak­ken van de boom kun­nen bescha­digd worden.
  • Ver­wij­der de kluit­draad en jut­te tot zover je er aan kan. Dit is tot aan de onder­kant van de kluit. Ver­wij­der nu de over­tol­li­ge grond die op de kluit ligt, want bij het aan­bren­gen van de draad­kluit op de boom­kwe­ke­rij komt er grond op de kluit terecht. Nu kan je dui­de­lijk zien waar de wor­tel­aan­zet­ten van de boom zijn.
  • Zorg dat de boom met zijn wor­tel­aan­zet­ten alle­maal juist boven het maai­veld zit­ten. Plaats de boom hoger als deze te laag in het plant­gat zit.
  • Breng even­tu­eel een water­geef­sys­teem en beluch­tings­sy­teem aan rond de kluit.
  • Breng nu terug grond aan rond de wor­tel­kluit of blo­te wor­tel. Trap de grond vol­doen­de ste­vig aan, maar maak hier­bij geen wor­tel­scha­de.
  • Ver­an­ker de boom met boom­pa­len ofwel boven­gronds of onder­gronds. Onder­grond­se boom­pa­len en span­sys­teem breng je aan voor­al­eer je de grond terug aan­brengt rond de kluit.

 

Bomen ver­an­ke­ren bij het planten

Wan­neer je bomen plant moet je best de boom ver­an­ke­ren, zodat deze de eer­ste jaren na de aan­plant steun heeft en niet omver waait. Hevig wind kan klei­ne bomen doen bre­ken of pas geplan­te gro­te­re bomen ontwortelen.

Het is ook belang­rijk dat je pas aan­ge­plan­te bomen ver­an­kert om hen goed te laten aan­slaan. Maar de ver­an­ke­ring moet op de juis­te manier gebeuren.

 

Waar­om bomen ver­an­ke­ren bij het planten?

Als bomen pas geplant zijn, moe­ten de nieu­we jong wor­tels zich kun­nen hech­ten in de bodem op de nieu­we groei­plaats. Deze nieu­we wor­tels zijn de eer­ste jaren erg klein en rela­tief zwak. Als de boom te fel kan bewe­gen omwil­le van wind­be­las­ting, bre­ken ze of komen ze los in de bodem te zitten.

Dan kan de boom geen vocht en geen nutri­ën­ten meer opne­men. En gaat de boom opnieuw in stress. Of droogt in het slecht­ste geval uit en sterft af.

Een boom goed ver­an­ke­ren is belang­rijk. En lees hier­on­der ver­der hoe je dit op de juis­te manier doet.

 

Hoe bomen ver­an­ke­ren bij het planten?

Een eer­ste wens is dat de nieu­we wor­tels die een boom gaat maken nadat hij is geplant of aan­ge­plant, niet los komen of afbre­ken bij te veel wind. Daar­om gaan we bomen ver­an­ke­ren na het planten.

Er is nog een twee­de wens. Name­lijk dat de bomen zoveel moge­lijk sti­mu­la­tie krij­gen om te groei­en en wor­tels te maken. Dit gebeurt dan weer door de boom te laten bewe­gen. Door de wind. Twee tegen­strij­dig­he­den op het eer­ste zicht. Maar dat kan op de juis­te manier opge­lost worden.

 

Wan­neer bij een ver­an­ke­ring met boom­pa­len, deze palen niet hoger komen dan 1/3 van de tak­vrije stam, zal de boom nog vol­doen­de kun­nen bewe­gen, maar de kluit vol­doen­de sta­biel in de bodem blij­ven zit­ten bij eni­ge wind. Boom­pa­len mogen dus niet te hoog zijn. Bomen moe­ten eer­der laag aan­ge­bon­den zijn. Dit geeft vol­doen­de sta­bi­li­teit naar de kluit en de boom kan nog bewe­gen, wat zijn dik­te­groei stimuleert.

 

Naast boom­pa­len bestaan er ook kluit­an­kers. Hier­bij wor­den span­ban­den, gemon­teerd tus­sen onder­grond­se boom­pa­len, over de kluit getrok­ken. Deze zit­ten onder het maai­veld en is dus visu­eel aan­trek­ke­lij­ker. Ook hier zit de kluit ste­vig vast, maar kan de boom nog bewegen.

 

De nazorg die je geeft aan bomen na het plan­ten, zorgt dat ze goed aanslaan

Bomen die je pas hebt aan­ge­plant kun­nen de eer­ste jaren niet zon­der de nodig nazorg. Want ze heb­ben nog niet vol­doen­de wor­tels om zich­zelf van vol­doen­de water en nutri­ën­ten te voorzien.

Door hen tij­dig van de juis­te hoe­veel­heid water te voor­zien en een boom­spie­gel met geschikt orga­nisch mate­ri­aal aan te leg­gen, onder­steun je de boom, zodat deze goed kun­nen aan­slaan.

Nazorg is even belang­rijk als de manier waar­op je de boom aan­plant. En als de kwa­li­teit van het plantgoed.

De kwa­li­tiet van groei­plaats blijft al de jaren na het plan­ten even belang­rijk. Zorg ervoor dat er geen bodem­com­pac­te­ring optreedt en je tij­dig schim­mel­rijk hak­sel­hout aan­brengt, maar dan ook niet te veel (max. 5 cm).

Wel­ke nazorg heb­ben bomen nu con­creet nodig?
  • Water de boom aan met vol­doen­de water, maar zeker niet te veel. Want dan ver­drijf je alle lucht en dus ook zuur­stof uit de bodem.
  • Breng een gro­te boom­spie­gel aan met een laag­je uit­ge­werk­te com­post (3 cm) en daar­bo­ven op een dun laag­je hak­sel­hout (5 cm).
  • Laat in de win­ter de bla­de­ren onder de boom lig­gen. Maar zorg dat de bla­de­ren luch­tig lig­gen. En als het pak te dik wordt, voer je de over­tol­li­ge bla­de­ren af. Zo voor­kom je zuurstofgebrek.
  • Voer regel­ma­tig een bege­lei­dings­snoei uit. Zodat je geen pro­bleem­tak­ken krijgt in de blij­ven­de kroon en de stam tak­vrij is tot op de gewens­te hoogte.
  • Ver­geeft de nazorg de vol­gen­de jaren niet. En geef op tijd water tij­dens de dro­ge peri­o­den. Dit kan soms tot 5 jaar, na het plan­ten van de boom, nodig zijn.

 

Opvol­ging van de water­gift met vochtsensoren

Je kan uiter­aard op de zorg van b‑Tree reke­nen voor de juis­te nazorg. Want er kruipt soms wel wat tijd in.

En zeker met de kli­maat­ver­an­de­ring is nazorg vaak meer dan nodig.

Zo heb­ben wij de laat­ste jaren al onze nieu­we aan­plan­tin­gen water gege­ven gedu­ren­de de lang­du­rig hete en dro­ge zomers.

Zon­der jon­ge bomen of pas aan­ge­plan­te bomen water te geven tij­dens deze voor­bije extre­me zomers, zou­den veel bomen het anders niet gehaald hebben.

Omdat jon­ge bomen of pas geplan­te bomen nog onvol­doen­de wor­tels heb­ben om in extreem dro­ge peri­o­den gans de kruin van vocht te voor­zien. Daar­om moe­ten ze onder­steund wor­den met water geven tot­dat hun wor­tel­pak­ket vol­doen­de gegroeid en ont­wik­keld is.

TIP: Bemerk dat een goed inge­rich­te boom­spie­gel niet alleen zorgt voor een kwa­li­ta­tie­ve groei­plaats, maar ook het vocht beter vast­houdt in de bodem. En dat een boom­spie­gel er voor zorgt dat je de tuin onder­houds­vrien­de­lijk maakt, zodat je tuin­on­der­houd met res­pect voor de bomen kan uitvoeren. 

Want je zal geen maai­scha­de maken aan de stam of de wortels.

 

Water geven na het plan­ten van bomen doe je zo

Om bomen te laten groei­en is er zuur­stof en water nodig in de bodem. En dit in de juis­te verhouding.

Als een bodem ver­za­digd is met water, is er geen plaats meer voor zuurstof.

Bij zuur­stof­ge­brek gaat een boom erg snel ach­ter­uit. Dit is maar een kwes­tie van dagen tot een paar weken. Zelfs dan is er al aan­zien­lij­ke scha­de gemaakt.

Te veel water (geven) is dus erg slecht. Kijk de voch­tig­heid van de bodem en de bodem­soort na voor­al­eer water te geven.

Daar­en­te­gen, als het nodig is om te gie­ten, is het beter om per giet­beurt meer water te geven, maar dan wel niet te dik­wijls. Min­der giet­beur­ten dus. Op die manier heeft de boom in één giet­beurt zeker vol­doen­de water gekre­gen. En zal dit water ook in de kluit kun­nen drin­gen, tot aan de fij­ne wor­tels. Waar het water nodig is en opge­no­men wordt. En omdat het water in de grond sij­pelt, zal er opnieuw lucht met zuur­stof ach­ter­na komen, zodat de bodem ook zuur­stof bevat.

Let op: bij fre­quen­te­re giet­beur­ten met tel­kens maar een beet­je water, dringt het water niet vol­doen­de diep in de grond en heeft het geen effect. 
Het zal ver­dam­pen in plaats van opge­no­men te wor­den door de boom.
Daar­om is het beter in één giet­beurt vol­doen­de water te geven, maar niet te vaak.

 

Door bodem­vocht te moni­to­ren met vocht­sen­so­ren in de kluit, voor­kom je onher­stel­ba­re schade

Als je de nazorg door ons laat uit­voe­ren, hou­den we een log­boek bij zodat je zeker weet wan­neer er wel­ke acties onder­no­men zijn. En als je de nazorg zelf wenst te doen of aan der­den uit­be­steedt, dan kun­nen we de juis­te richt­lij­nen voor de nazorg voorschrijven.

Hoe beter de nazorg en opvol­ging van een nieu­we aan­plant, hoe gro­ter het slaag­per­cen­ta­ge en hoe min­der uit­val er zal zijn. Dat brengt steeds op. Want uit­val bete­kent dat de boom moet ver­van­gen wor­den door een nieu­we. En dat kost tijd en geld.

Daar­om moni­to­ren wij het bodem­vocht, net zoals wij doen bij bomen in de nabij­heid van een bron­be­ma­ling, in de klui­ten van de pas aan­ge­plan­te bomen en lezen we dage­lijks het vocht­ge­hal­te af. Op basis daar­van bepa­len we hoe­veel water er we gaan geven om het bodem­vocht op het meest ide­a­le peil te hou­den. De voor­de­len hier­van zijn:

  • We kun­nen tij­dig water geven voor­al­eer er droog­te­stress zal optreden,
  • We geven niet te veel water, wat slecht is omwil­le van zuur­stof­ge­brek dat dan optreed in de bodem, waar­door de wor­tel­groei sterk afremt,
  • De kost­prijs van de nazorg hier­door opti­maal is. Want zowel teveel water geven, als te wei­nig water geven is altijd weg­ge­sme­ten geld. Omdat de kans alleen maar gro­ter is dat je plant­goed zal moe­ten vervangen.

 

Ver­geet de bege­lei­dings­snoei niet de eer­ste jaren na het plan­ten van jouw bomen

Het snoei­en van de boom, de eer­ste jaren na de aan­plant, is belang­rijk om pro­bleem­tak­ken te voorkomen.

Zo is het bij­voor­beeld belang­rijk dat je de juis­te hoog­te van tak­vrije stam bekomt als de boom een laanboom.

Ook wens je geen pro­bleem­tak­ken, zoals elle­boog­tak­ken of codo­mi­nan­te top­pen, te behou­den in de defi­ni­tie­ve of blij­ven­de kroon.

En als je te lang zou wach­ten met de bege­lei­dings­snoei, dan wor­den de snoei­won­den en te snoei­en tak­ken weer te groot. Waar­door er meer kans op infec­ties en aan­tas­tin­gen ontstaat.

Neem gerust vrij­blij­vend con­tact met ons op en vraag om boom­ad­vies voor het cor­rect aan­plan­ten van jouw bomen.

 

Bomen aanplanten langsheen perceelsgrens - Ilex aquifolium

Aan­plant van een rij Ilex aqui­fo­li­um langs­heen de per­ceels­grens en het heraan­leg­gen van de strook gazon ernaast. De jon­ge bomen komen finaal in een strook strooi­sel­laag te staan.

 

Bomen aanplanten met blote wortel

Uit­ge­leg­de en gesor­teer­de jon­ge klei­ne bomen met blo­te wor­tel. De jon­ge bomen moe­ten rij­ke­lijk voor­zien zijn van vele klei­ne en fij­ne wor­tels om goed te kun­nen aan­slaan. En moe­ten steeds voch­tig gehou­den wor­den tij­dens het plant­werk, anders dro­gen ze uit door de wind en de zon.

 

Uitzetten en sorteren van het plantgoed vóór het aanleggen van de borden

Boom­ver­zor­ger Bert sor­teert het plant­goed en con­tro­leert de hoe­veel­he­den en de kwa­li­teit van het plant­goed. Dit vol­gens het tuinplan.

 

Uitzetten van plantgoed tijdens de aanleg van een border

Inde­len van de plant­vak­ken en het uit­zet­ten van plantgoed.

 

Wel­ke vra­gen moet je stel­len voor­al­eer je bomen gaat planten?

Voor­dat je een boom gaat plan­ten, denk je best aan vol­gen­de zaken:

  • Wat is de doel­stel­ling van het plan­ten van de bomen?
  • Welk eind­beeld wens je dat de bomen berei­ken op termijn?
  • Wel­ke soort en vari­ë­teit wens je te planten?
  • Kan b‑Tree Boom­ver­zor­ging je mis­schien min­der goed geken­de soor­ten en vari­ë­tei­ten voorstellen?
  • Wel­ke boom­soor­ten zor­gen ineens voor een kli­maat­adap­tie­ve tuin?
  • Is de stand­plaats en de groei­plaats geschikt voor jouw keu­ze? Om de geschik­te boom­soort te kie­zen, moet je bij­voor­beeld reke­ning hou­den met de ont­wik­ke­lings­fa­se en het eind­beeld van de boom.
  • Hoe is het met de bodem­ge­steld­heid? Zit er een sto­ren­de laag in de bodem die het aan­plan­ten van de bomen bemoei­lijkt? En kun­nen de bomen dan zon­der bij­ko­men­de maat­re­ge­len, zoals een groei­plaats­con­struc­tie of groei­plaats­ver­be­te­ring, uit­groei­en tot gezon­de vol­was­sen bomen?
  • Wel­ke nazorg heb­ben de bomen de komen­de jaren nodig na het planten?
  • Wie gaat deze nazorg geven?
  • Hoe bewaak je de goe­de groei en ont­wik­ke­ling van de bomen?
  • Hoe voor­kom je, dat je jouw boom niet ieder jaar zal moe­ten snoei­en?

Wij advi­se­ren je hier­in op een pro­fes­si­o­ne­le manier. En hou­den reke­ning met alle fac­to­ren die belang­rijk zijn voor een geslaag­de aanplant.

b‑Tree Boom­ver­zor­ging zorgt eerst voor een goed en door­dacht plan. Nadien voor een per­fec­te aan­plant op maat, dit met kwa­li­teits­vol plant­goed. En voor suc­ces voor de goe­de en gezon­de ont­wik­ke­ling van de bomen de jaren daarna.

 

Belang van de bodem bij het plan­ten van bomen

Om ervoor te zor­gen dat bomen zich goed kun­nen ont­wik­ke­len, moet je bij het plan­ten van bomen inves­te­ren in een goe­de bodemkwaliteit.

Bomen halen uit de bodem vocht om hun sap­trans­port te ver­zor­gen. Het meest ele­men­tai­re fysi­o­lo­gi­sche levens­pro­ces. Daar­naast halen bomen ook nutri­ën­ten uit de bodem. En ver­brui­ken ze zuur­stof die in de bodem moet aan­we­zig zijn, om de boom­wor­tels te laten groeien.

Om er nu voor te zor­gen dat een boom nooit te nat of te droog staat:

  • Moet je ervoor zor­gen dat de bodem vol­doen­de drai­neert bij voch­ti­ge perioden.
  • Maar ander­zijds vol­doen­de water kan vasthouden,
  • en de boom­wor­tels vol­doen­de diep in de bodem tot aan de grond­wa­ter­ta­fel kun­nen groeien.

Zelfs kan het nodig zijn om in druk bebouw­de ste­de­lij­ke omge­vin­gen een onder­grond­se groei­plaats­con­struc­tie te cre­ë­ren. Zodat de geplan­te bomen vol­doen­de en kwa­li­ta­tie­ve door­wor­tel­ba­re ruim­te ter beschik­king heb­ben. Zodat ze kun­nen uit­groei­en tot een toekomstboom.

Het laten uit­groei­en van bomen tot waar­de­vol­le toe­komst exem­pla­ren met mini­maal onder­houd, vergt dus een inves­te­ring in de bodem.

Het is niet sim­pel­weg een kwes­tie van een boom in de grond zet­ten en klaar! Nee, dat is het zeker niet.

 

Groei­pro­ble­men en conditieverlies

Jam­mer genoeg komen we vaak situ­a­ties tegen, waar er ons gevraagd wordt waar­om de recent (door der­den) aan­ge­plan­te bomen niet groei­en. Ver­wel­ken of ver­lies van con­di­tie en vita­li­teit vertonen.

De oor­zaak is bij­na altijd in de bodem te zoe­ken. Ofwel zijn de bomen te diep in het plant­gat geplaatst bij het planten.

Ofwel staan ze te droog, te nat of beschik­ken ze niet over vol­doen­de zuur­stof in de bodem.

 

Kwa­li­ta­tie­ve eigen­schap­pen van de groei­plaats bij het planten

De kwa­li­teit van de groei­plaats van een boom is dan weer één van de belang­rijk­ste zaken om de ont­wik­ke­lings­mo­ge­lijk­he­den van een boom te garanderen.

Zo zal een boom met een gro­te door­wor­tel­ba­re ruim­te, een humus­rij­ke en bla­drij­ke bodem in zijn boom­spie­gel, het veel beter doen qua groei en con­di­tie.

Tegen­over een boom die geplant is te mid­den van een bete­gel­de stoep zon­der eni­ge kwa­li­ta­tie­ve bodem, en met alleen maar ver­har­ding errond. Deze boom kan niet ont­wik­ke­len en zal snel­ler con­di­tie­ver­lies hebben.

Een pro­ble­ma­ti­sche groei­plaats kan ook ont­staan door ver­dich­ting van de bodem door ver­keer over de wor­tel­zo­ne van de boom. Of omwil­le van gazon als onder­be­plan­ting onder de boom.

Lees waar­om de groei­plaats van een boom zo belang­rijk is en wel­ke ver­sto­ren­de fac­to­ren er kun­nen aan­we­zig zijn of optreden.

Het weg­ne­men van alle sto­ren­de fac­to­ren en het opti­ma­li­se­ren van de groei­plaats voor nor­ma­le ont­wik­ke­lings­mo­ge­lijk­he­den noemt men groei­plaats­ver­be­te­ring.

Bemerk dat je met een groei­plaats­ver­be­te­ring of stand­plaats­ver­be­te­ring iede­re bodem kan ver­be­te­ren. Als er bepaal­de ver­sto­ren­de ele­men­ten aan­we­zig zijn in de bodem waar je bomen gaat plan­ten, wor­den die best voor of teza­men met het aan­plan­ten ineens opge­lost. Het geeft meer toe­komst­per­spec­tief voor de bomen.

Voor­al­eer een boom te plan­ten, dient je dus een stand­plaats­ver­be­te­ring te over­we­gen. Want zo breng je de boom in zijn bes­te con­di­tie en zorg je voor een suc­ces­vol­le aanplanting.

 

TIPS bij het aan­plan­ten van bomen

Over­leg daar­om met ons en laat onze cer­ti­fied tree mana­ger je het bes­te boom­tech­nisch advies geven voor­dat je met het plan­ten van bomen begint.

Vraag ook wel­ke boom­soor­ten kli­maat­be­sten­di­ger zijn en dus beter bestand zijn tegen kli­maat­ver­an­de­ring in de toe­komst. Zo krijg je een kli­maat­adap­tie­ve tuin die een rij­ke­re bio­di­ver­si­teit ondersteunt.

Plant een boom nooit te diep, want dan zal de boom moge­lijk niet aan­slaan en kan hij zelfs afster­ven na enke­le maan­den of jaren. 

Bedenk dat een boom­zaad­je in het bos gewoon boven op de bodem valt en van daar­uit begint te groei­en. Een boom begint dus niet te groei­en van in de bodem, maar vanop de bodem. 

 

Plant bij beperk­te ruim­te geen gro­te boom­soort in je tuin. 

Een gro­te boom kan te veel ruim­te inne­men als hij op eind­beeld komt. En dan zal je de boom vaker wen­sen te snoei­en.

 

Aanplant van bomen in een parktuin te Beerzel

 

Wan­neer kan je best bomen planten?

De bes­te peri­o­de om bomen te plan­ten is novem­ber en december.

Bomen plant je best wan­neer al de bla­de­ren van de bomen zijn geval­len. Dan zijn de kurklijs­ten tus­sen blad­steel en twijg vol­le­dig gevormd en is de boom in winterrust.

Door bomen te plan­ten in novem­ber of decem­ber is ener­zijds de kans klei­ner dat het ste­vig vriest.

Ander­zijds heb­ben bomen dan nog een gan­se win­ter en een stuk van het voor­jaar om hun nieu­we wor­tels te laten groei­en. Voor­al­eer hun bla­de­ren begin­nen uit te lopen. En juist hier zit hem het gro­te voor­deel om een suc­ces­vol­le aan­plant te realiseren.

Als er meer jon­ge en nieu­we wor­tels zijn tegen het moment dat de bla­de­ren begin­nen uit te lopen, beschikt de boom over meer vocht en nutri­ën­ten die hij dan nodig heeft. Want door een boom uit een kwe­ke­rij te plan­ten op een nieu­we plaats is er steeds een deel van de wor­tels ver­lo­ren gegaan. De boom is dus in stress.

En door te plan­ten in novem­ber of decem­ber, kan de boom al een stuk stress te boven komen tegen het moment dat zijn bla­de­ren zul­len uitlopen.

Hoe later je aan­plant in het plant­sei­zoen, bij­voor­beeld april, hoe meer ver­zwakt dat je boom het groei­sei­zoen in gaat. En hoe gro­ter de kans dat de boom de eer­ste jaren aan ziek­ten en pla­gen is bloot­ge­steld. Zeker met ons meer extre­me kli­ma­to­lo­gi­sche weersomstandigheden.

 

Waar­om bomen plan­ten op het juis­te tijdstip?

Plant je boom ook op het juis­te tijd­stip, name­lijk in de herfst of het begin van de win­ter. Want dan kan de boom gedu­ren­de de herfst en de win­ter al veel nieu­we wor­tels maken. Die de boom nodig heeft wan­neer in de len­te zijn bla­de­ren begin­nen met uit­lo­pen. En hoe meer wor­tels de boom tegen dan al heeft, hoe beter de boom kan begin­nen te groeien.

Maar plant je bomen niet als het vriest. En ook niet als zijn bla­de­ren al aan het uit­lo­pen zijn. Dan ben je veel te laat met aanplanten.

Res­pec­teer je het ide­a­le tijd­stip om aan te plan­ten, dan heb je meer garan­tie op een suc­ces­vol­le aanplant.

 

Waar­om is kwa­li­teits­vol plant­goed belangrijk?

Koop enkel kwa­li­teits­vol plant­goed. Zodat je veel meer kans hebt dat je inves­te­ring van een boom te plan­ten goed lukt en de boom dus goed aan­slaat. Want je wil niet dat je werk ver­lo­ren gaat.

En als de boom goed aan­slaat, kan deze later uit­groei­en tot een mooie boom op eindbeeld.

 

Wat is kwa­li­teits­vol plantgoed?

Kijk na bij de aan­koop van een boom dat deze vol­doet aan de vol­gen­de kwaliteitseisen:

  • niet bescha­digd, noch aan zijn tak­ken, stam en wortels,
  • bege­lei­dings­snoei gehad,
  • goed door­wor­tel­de kluit,
  • geen ziek­ten of aan­tas­tin­gen,
  • geen vraat of aan­tas­ting door insec­ten,
  • heeft geen dub­be­le toppen,
  • geen gene­ti­sche afwijking,
  • juis­te soort, vari­ë­teit en cultivar,
  • goe­de draad­kluit met natuur­lij­ke jut­te, gegloei­de draad en vas­te kluit,
  • voor­zien van plantenpaspoort.

Heb je twij­fels, koop dan je boom via ons.

Wij keu­ren steeds het plant­goed dat wij aan­ko­pen van kwa­li­teits­vol­le kwekers.

Dan ben je ook zeker van kwa­li­ta­tief hoog­staand plant­goed. En we kie­zen vaak een kwe­ker uit jouw buurt met een soort­ge­lij­ke bodem als waar je de boom zal planten.

Dit laat­ste helpt dan weer mee voor het goed aan­slaan van de boom. De boom onder­vindt dan geen gro­te wij­zi­ging in bodem, wat voor min­der stress zorgt.

Als je graag uit­ge­breid boom­ad­vies krijgt of je graag hulp wenst bij het plan­ten van bomen, staan we graag klaar.

Wij plan­ten zowel bomen aan in een klei­ne stads­tuin als in een uit­ge­strek­te park­tuin of ste­de­lijk gebied.

En zowel klei­ne bomen, als gro­te bomen. Zelfs met een tele­scoop­kraan als dit nodig is.

Ver­trouw daar­om op ons, zodat je inves­te­ring niet ver­lo­ren gaat.

 

 

Wel­ke boom kie­zen om te planten

Er zijn erg veel boom­soor­ten waar­uit je kan kie­zen als je bomen gaat plan­ten. Van inheem­se soor­ten tot uit­heem­se soor­ten. En van klei­ne tot erg gro­te bomen wan­neer ze op eind­beeld zijn.

Maar waar hou je nu reke­ning mee als je een boom gaat planten?

Hier­on­der lees je er alles over de soort­keu­ze van een boom. Van de ruim­te die je nodig hebt. Wel­ke bodem­ty­pe geschikt is voor wel­ke soort. Even­als den­ken aan wan­neer de boom op eind­beeld is.

 

Hoe een boom kiezen?

 

Hoe kies je de juis­te boom­soort en vari­ë­teit voor jou tuin?

Als je een plan of ont­werp maakt van je tuin, hou dan reke­ning met de groot­te van de boom zoals wan­neer deze op eind­beeld is. Met ande­re woor­den, wan­neer deze vol­groeid is.

Zo voor­kom je dat de boom de jaren na aan­plant vele te groot is voor zijn omge­ving. En het nodig is de boom te snoeien.

Bepaal ook welk bodem­ty­pe je in je tuin hebt en welk bodem­pro­fiel. Want niet alle bomen hou­den van een dro­ge zand­grond of een nat­te leem­grond. Ook als de boom op een hang­wa­ter­pro­fiel moet over­le­ven, heeft dit invloed op de keu­ze van je boomsoort.

 

De juis­te keu­ze van boom­soort en vari­ë­teit voor jouw tuin maak je dus in func­tie van:
  • Stand­plaats (loca­tie en ruim­te die de boom ter beschik­king krijgt).
  • Groei­plaats (de kwa­li­ta­tie­ve eigen­schap­pen van de bodem waar de boom terecht komt).

 

Bemerk dat niet iede­re boom­soort is geschikt voor een bepaald type bodem, noch voor een bepaal­de ruim­te waar je wenst aan te plan­ten. Kies dus zorg­vul­dig in func­tie van de stand­plaats en de groeiplaats.

Lees zeker even wat het ver­schil is tus­sen stand­plaats en groei­plaats voor je hier­on­der ver­der leest. Dat ver­dui­de­lijkt beter wat we bedoelen.

 

Wel­ke impact heeft de stand­plaats waar je bomen gaat planten?

De fysie­ke ruim­te die je ter beschik­king hebt in jouw pro­ject is de eer­ste bepa­len­de fac­tor die jou boom­soort­keu­ze beïnvloedt.

Heb je een klei­ne stads­tuin van slechts enke­le meters breed­te, plant dan bij­voor­beeld geen okker­noot. Want deze boom­soort heeft veel ruim­te nodig. Ze wor­den tot 15 meter breed en meer.

En ze kun­nen snoei slech­ter ver­dra­gen dan ande­re boomsoorten.

Er zijn dus ande­re boom­soor­ten die hier meer aan­ge­we­zen zijn.

We den­ken dan bij­voor­beeld aan klei­ne­re boom­soor­ten, waar­van het eind­beeld beperk­ter is in grootte.

Bomen van 2de groot­te, die tus­sen de 6 en 12 meter hoog wor­den, zijn dan meer geschikt om aan te planten.

Tot deze boom­soor­ten beho­ren onder ande­re kor­noel­je, lijs­ter­bes, vel­des­doorn, kren­ten­boom­pje, mei­doorn, mag­no­lia en vele ande­re soorten.

 

Waar­om is de groei­plaats belang­rijk bij de boomsoortkeuze?

Om even te her­ha­len bedoe­len we met groei­plaats voor­al de kwa­li­ta­tie­ve eigen­schap­pen van de bodem waar een boom groeit.

En hoe goed er het bodem­voed­sel­web floreert.

 

Waar­om is het bodem­ty­pe belang­rijk bij de boomsoortkeuze?

De bodem­soort en bodem­kwa­li­teit is dus van belang voor de toe­komst en ont­wik­ke­ling van de aan­ge­plan­te boom.

De bodem­soort kan gaan van erg lich­te zand­grond tot zwa­re kleigrond.

En niet iede­re boom­soort groeit goed in een zand­grond. Som­mi­ge soor­ten ech­ter wel.

Zo ver­kie­zen gro­ve den, val­se Chris­tus­doorn, Japan­se lork, ratel­po­pu­lier, Dou­g­las­spar en som­mi­ge eiken een dro­ge zandgrond.

Daar­en­te­gen zijn er ande­re soor­ten die eer­der een zwa­re leem- of klei­grond ver­kie­zen die voch­tig is.

Tot deze soor­ten beho­ren de ech­te tul­pen­boom (Liri­o­den­dron tuli­pi­fe­ra), wit­te paar­den­kas­tan­je, Japan­se noten­boom, pla­taan, mam­moet­boom, tam­me kastanje, … .

 

Hoe zorgt boom­soort voor mini­maal onder­houd wan­neer op eindbeeld?

Langs wegen en lanen waar de berm­ruim­te beperkt is, is het vaak aan­ge­we­zen om een “fas­ti­gi­a­ta” vari­ë­teit aan te plan­ten. Omwil­le van de zuil­vorm van deze vari­ë­teit is het dan niet nodig deze bomen fre­quent te snoei­en.

Wat dan weer bespaart op onder­houds­kos­ten bij de open­ba­re groendienst.

Is er ruim­te genoeg, zoals bij­voor­beeld in een park­tuin of kas­teel­tuin, dan kun­nen bomen van 1ste groot­te aan­ge­plant worden.

Deze wor­den veel gro­ter. Zowel in de hoog­te als breedte.

Tot deze soor­ten beho­ren lin­de, eik, beuk, esdoorn, … .

Deze bomen kun­nen op hun stand­plaats dan uit­groei­en tot vol­waar­di­ge toe­komst­bo­men en hun natuur­lijk eind­beeld beha­len met de jaren.

Als er boven­gronds ruim­te genoeg is, is het niet altijd zo dat er ook onder­gronds vol­doen­de ruim­te is. Hou daar zeker reke­ning mee.

Op een stads­plein kan er boven­gronds erg veel ruim­te zijn. Maar als er over­al par­keer­plaat­sen nodig zijn, is er geen ruim­te voor een levens­nood­za­ke­lij­ke boomspiegel.

Hier kan door mid­del van een onder­grond­se groei­plaats­con­struc­tie de groei­plaats van de boom per­fect inge­richt wor­den. Zodat dub­bel gebruik van de bodem moge­lijk is.

Ter hoog­te van het maai­veld heeft men dan de druk­be­sten­di­ge par­keer­plaat­sen. En eron­der een vol­le­dig ont­kop­pel­de boom­spie­gel die de boom van vol­doen­de door­wor­tel­ba­re ruim­te, vocht, nutri­ën­ten en zuur­stof voorziet.

 

 

Bomen bekij­ken op eindbeeld

 

Bezoek onze show­tuin in Beer­zel en park­tuin in Heist-op-den-Berg

De juis­te bomen kie­zen voor je tuin is geen sine­cu­re, zoals je hier­bo­ven kon lezen.

Zoek je een boom voor een com­pac­te stads­tuin of een uit­ge­strek­te park­tuin? Ga jij je bomen plan­ten in zand­grond of in kleigrond?

En zul­len je bomen dicht bij je woning of tus­sen ande­re bomen staan?

Laat je dan advi­se­ren door jouw boom­ver­zor­ger en Tree Mana­ger met ken­nis van zaken. Wij luis­te­ren aan­dach­tig naar jouw wen­sen en gid­sen je vak­kun­dig naar de juis­te bomen voor je tuin – voor een groen, onder­houds­vrien­de­lijk resultaat.

Bomen kie­zen? Bezoek onze show­tuin met de mooi­ste bomen, per­ken en plan­ten, inclu­sief impo­san­te vij­ver te Beer­zel. Of bezoek onze park­tuin te Heist-op-den-Berg. We nemen je ook mee naar een geschik­te boom­kwe­ker, om jouw exem­pla­ren uit te kiezen.

 

Wat valt er te zien in de show­tuin bij b‑Tree Boomverzorging?

Van soli­tai­re inland­se bomen tot dre­ven en stuk­ken bos, allen met een door­dacht boom­be­heer. Kij­ken en kie­zen kan hier naar har­ten­lust mid­den de prach­ti­ge beplan­tin­gen en bomen, bor­ders en per­ken. Laat je dus vol­op inspi­re­ren en advi­se­ren voor je klei­ne stads­tuin of uit­ge­strek­te kas­teel­tuin. Het uiterst geva­ri­eer­de, strak­ke kleu­ren­pa­let toont hoe ook jouw tuin rust en genot kan brengen.

 

 

 

Dank om dit alles te lezen en con­tac­teer ons met jouw vragen

We hopen dat je al een heel stuk ver­der kan.

Weet je nu alles over het plan­ten van bomen? Hope­lijk is er veel dui­de­lijk gewor­den, maar er zijn uiter­aard nog veel meer weet­jes. Twij­fel daar­om niet om ons te con­tac­te­ren en je te laten bij­staan in het suc­ces­vol plan­ten van bomen.

 

Maak gerust nu een afspraak en plan jouw tuinbezoek.

 

 

Lees ook ande­re nut­ti­ge arti­ke­len in ver­band met bomen planten

 

 

Veel gestel­de vra­gen over bomen planten

 

Wel­ke bomen plan­ten in België?

In Bel­gië kan je alle inheem­se soor­ten plan­ten, zoals eik, beuk, esdoorn, mei­doorn, es, els, popu­lier en vele ande­re soor­ten. Ook uit­heem­se soor­ten gedij­en goed in Bel­gië omdat we een gema­tigd kli­maat heb­ben. Hou wel reke­ning met de win­ter­hard­heid van de boom­soort. Soor­ten zoals steen­eik heb­ben slechts een win­ter­hard­heid van 8a (-12,2 tot ‑9,5 °C).

 

Kan je zomaar een boom planten?

Vaak kan je zomaar een boom plan­ten. Hou wel reke­ning met de wet­ge­ving die van toe­pas­sing is. Dit gaat zowel van het bur­ger­lijk wet­boek en het veld­wet­boek tot ver­plich­tin­gen of rech­ten die zijn voor­ge­schre­ven door ste­den en gemeen­ten, maar ook door decre­ten, zoals het natuur­de­creet. Of zijn vast­ge­legd in een aan­koop­ak­te. Ook onroe­rend erf­goed heeft zijn regels die je moet respecteren.

In woon­ge­bied dien je reke­ning te hou­den met een mini­ma­le afstand van 2 meter. En wan­neer je meer­de­re hoog­stam bomen aan­plant in groep, dan res­pec­teer je best een afstand van 3 meter (hoe­wel dit ook 2 meter mag zijn sinds de nieu­we wet­ge­ving “Goe­de­ren” in het bur­ger­lijk wetboek).

 

Kan je bomen plan­ten in de zomer?

Bomen met blo­te wor­tel kan je niet in de zomer aan­plan­ten. Deze bomen zou­den te wei­nig wor­tels heb­ben om in hun vocht­be­hoef­te te voor­zien gedu­ren­de de zomer. Bomen in pot kan je even­tu­eel wel aan­plan­ten in de zomer, maar is des­on­danks niet aan te raden. Je gaat ze dan goed moten opvol­gen en tij­dig water moe­ten geven.

 

Waar mag je een boom plan­ten in de tuin?

Je mag haast over­al in je tuin bomen plan­ten. Je moet er alleen voor zor­gen dat je de wet­te­lij­ke plant­af­stan­den res­pec­teert en geen buren­hin­der ver­oor­zaakt. De wet­te­lij­ke plant­af­stan­den vind je in het Bur­ger­lijk wet­boek “Goe­de­ren”, arti­kel 3.133 en 3.134.

 

Hoe lang duurt het voor een boom aanslaat?

Bomen moe­ten haast onmid­del­lijk aan­slaan na het aan­plan­ten. De boom moet in de len­te zijn bla­de­ren laten uit­lo­pen, net zoals ande­re bomen dat doen. Niet iede­re soort is natuur­lijk even snel dan een ande­re soort en ook gene­tisch is er een ver­schil. Maar als er wei­nig blaad­jes aan de boom komen en de twij­gen niet groei­en in leng­te, is er iets mis.

Lees zeker ook de vol­gen­de veel gestel­de vraag hierover.

 

Hoe diep plant je een boom?

Bomen mag je niet te diep plan­ten. Want dan heeft de boom niet vol­doen­de zuur­stof beschik­baar aan zijn wor­tels en kan de pas geplan­te boom geen nieu­we wor­tels maken. En ster­ven bestaan­de wor­tels af. Wat ramp­za­lig is en de boom afsterft.

 

Wat kost een boom planten?

Een boom plan­ten kost meest­al niet veel geld. Hoe klei­ne de boom en hoe meer alge­meen de soort­keu­ze, hoe goed­ko­per. Plant je gro­te bomen of exclu­sie­ve soor­ten of meer­stam­mi­ge bomen, dan kan de inves­te­ring oplo­pen. De prijs vari­eert over het alge­meen tus­sen de € 250 en € 1.000 voor het plan­ten van ene boom.

 

Hoe ver moet een boom van de buren staan?

Een boom moet wet­te­lijk, vol­gens het Bur­ger­lijk Wet­boek, arti­kel 3.133, op 2 meter van de buur staan. Hoe­wel wij dit zelf erg kort vin­den omdat bomen nog zul­len groei­en en het best is, dat ze op ter­mijn geen last geven door over­han­gen­de tak­ken. Lees meer over plant­af­stan­den en het juri­di­sche kader.

 

Wel­ke boom plan­ten bij geboorte?

Veel geko­zen soor­ten zijn lin­de (Til­lia) en eik (Quer­cus), maar je kan kie­zen wat je wenst. Deze soor­ten zijn bei­den ook geschikt om oud te wor­den en zijn boven­dien vrij kli­maat­re­sis­tent. Hou best wel reke­ning met de ruim­te die de boom later zal nodig heb­ben wan­neer deze groot is, en op eind­beeld is gekomen.

 

Wel­ke boom plan­ten in klei­ne tuin?

In een klei­ne tuin plant je best een boom­soort die niet te groot wordt, omdat de boom dan over­last geeft naar de buren. Zoals over­han­gen­de tak­ken of blad­val. Geschik­te soor­ten zijn: mei­doorn, hulst, kor­noel­je, vel­des­doorn, Per­zi­sche slaap­boom, kren­ten­boom, mis­pel, laag­stam­mi­ge fruit­soor­ten en sering. Maar er zijn uiter­aard nog vele ande­re klei­ne­re boomsoorten.

 

Vraag het ons gerust wel­ke boom­soort geschikt is voor jouw tuin.

Start typing and press Enter to search

Shopping Cart