Afgewerkte groeiplaatsverbetering van zomereiken te Berlaar om ze terug als gezonde bomen te kunnen behouden
Afge­werk­te stand­plaats­ver­be­te­ring van zomer­ei­ken (Quer­cus robur) te Ber­laar. De hak­sel­hout­laag zorgt voor meer bodem­le­ven, zoals de aan­we­zig­heid van nut­ti­ge schim­mels en ande­re orga­nis­men, wat de bomen ten goe­de komt.
Standplaatsverbetering: het verwijderen van de graszoden rond de bomen
Om een goe­de stand­plaats­ver­be­te­ring te rea­li­se­ren voor de boom, moet eerst alle gras ver­wij­derd wor­den. Gras is een con­cur­rent van de boom en is een niet geschik­te bodem voor een ide­a­le groeiplaats. 
Standplaatsverbetering: ploffen en verluchten van de bodem rond de boom

Groei­plaats­ver­be­te­ring voor bomen

Door een groei­plaats­ver­be­te­ring uit te voe­ren geef je jouw boom opnieuw een bete­re con­di­tie. En ver­be­ter je de gezond­heid van jouw boom en revi­ta­li­seert deze. Hier­door ver­ho­gen de levenskansen.

Een gezon­de boom kan zich tevens beter ver­we­ren tegen bela­gers zoals insec­ten en para­si­tai­re schim­mels. En kan beter snoei ver­dra­gen. Als dit laat­ste nodig mocht blijken.

 

Op de laat­ste foto hier­bo­ven, ziet u het plof­fen van de bodem rond bomen, als onder­deel van de groei­plaats­ver­be­te­ring. Hier­door wordt de bodem goed ver­lucht en belucht. 

Dit komt dan weer het bodem­le­ven en de wor­tel­groei van de boom erg ten goede. 

Het water dat u ziet uit­tre­den op deze foto is inge­slo­ten water (komt slechts zel­den voor) dat in een anae­ro­be bodem­laag voor rot­ting van de wor­tels zorgde. 

Door de bodem te ver­luch­ten kan ener­zijds het “rot­te” water uit­tre­den (naar bui­ten stro­men) en kan er ander­zijds terug zuur­stof in de bodem raken.

 

 

 

 

Wat is een groeiplaatsverbetering?

Een groei­plaats­ver­be­te­ring is het ver­be­te­ren van de kwa­li­teit van de bodem waar­in de boom wor­telt. Waar­door je het bodem­le­ven terug op gang brengt en de boom over meer nutri­ën­ten, water en zuur­stof beschikt. Zodat het boom­soort­ei­gen eco­sys­teem opnieuw op gang komt.

Soms kan het ook nodig zijn het door­wor­tel­ba­re bodem­vo­lu­me te ver­gro­ten. Zodat de boom ver­der kan ont­wik­ke­len tot zijn natuur­lij­ke eindbeeld.

Op wel­ke manie­ren je de kwa­li­teit van de bodem kan ver­be­te­ren lees je ver­der op deze pagina.

 

Waar­om is een groei­plaats­ver­be­te­ring soms nodig?

Een groei­plaats­ver­be­te­ring is soms nodig om te voor­ko­men dat een boom vroeg­tij­dig in zijn eind­fa­se terecht komt en afsterft. Door een groei­plaats­ver­be­te­ring uit te voe­ren zorg je ervoor dat de boom uit zijn stress situ­a­tie raakt en opnieuw vitaal wordt.

Een boom kan ver­zwak­ken, tij­de­lijk of lang­du­rig. En dit is zicht­baar. Omwil­le van de ver­zwak­king ver­laagt ook de levens­ver­wach­ting van de boom. Een groei­plaats­ver­be­te­ring is dan vaak nood­za­ke­lijk. Om de eind­fa­se van de boom zo lang moge­lijk uit te stel­len. Of deze te red­den van het afsterven.

Daar­en­te­gen is het snoei­en van een ver­zwak­te boom uit den boze.

Dit zal deze nog meer verzwakken.

Dus dode tak­ken aan de bui­ten­zij­de van de kroon weg­snoei­en, om de boom er opnieuw zoge­zegd beter te laten uit­zien, is in dit geval nefast. Want bomen met slech­te con­di­tie, die in stress zijn, kun­nen net geen snoei verdragen.

Een groei­plaats­ver­be­te­ring is hier de eni­ge juis­te oplos­sing en het eni­ge redmiddel.

Want de boom heeft zelf al tak­ken laten afster­ven omdat er iets mis is in de bodem. En door de groei­plaats van de boom terug in orde te bren­gen, komt de boom terug op krachten.

Later, als dui­de­lijk is dat de boom terug op krach­ten is, dan pas kan je over­we­gen om de boom te snoeien.

Dood hout aan de bui­ten­zij­de van de kroon weg­ne­men, kan bij een ver­zwak­te boom, zolang je het hout gewoon afbreekt, maar je geen snoei­won­den maakt.

 

Wat is de stand­plaats van een boom?

De stand­plaats van een boom is de geo­gra­fi­sche plaats waar de boom staat. Dit kan een bos of een perk zijn. Of een berm langs­heen de straat of stoep. Ook een dijk of een wei­de zijn.

De term stand­plaats zegt niets over de kwa­li­ta­tie­ve eigen­schap­pen van de bodem waar­in de boom groeit.

 

 

Groeiplaatsverbetering van een boom te Brussel

Groei­plaats­ver­be­te­ring van een gro­ve den (Pinus sil­ves­tris) te Brus­sel. Het hak­sel­hout van een gevel­de spar uit dezelf­de tuin werd gebruikt voor de bodem­ver­be­te­ring. Van de stam zijn dan weer schij­ven gezaagd. En gebruikt als eco­lo­gisch wan­del­pad. Als gevolg zijn de voet­stap­pen van wan­de­laars min­der belas­tend voor de groei­plaats van de gro­ve den. Ook dit laat­ste kan een onder­deel zijn van een groeiplaatsverbetering.

 

Wat is ver­schil tus­sen stand­plaats en groei­plaats van een boom?

Hier­bij komen we dan aan de term ‘groei­plaats’. Waar­mee de kwa­li­ta­tie­ve eigen­schap­pen van de stand­plaats bedoeld worden.

Een geschik­te groei­plaats voor een boom is een stand­plaats die niet te nat en niet te droog is. Die vol­doen­de door­wor­tel­ba­re ruim­te voor de wor­tels heeft. Die de juis­te nutri­ën­ten (mine­ra­len, spo­ren­ele­men­ten) bevat. En vol­doen­de zuur­stof doorlaat.

En nog vele ande­re bode­mei­gen­schap­pen heeft die afge­stemd zijn op het wel­zijn van een gezon­de boom.

Een goe­de groei­plaats biedt ont­wik­ke­lings­mo­ge­lijk­he­den voor een boom. Zodat de boom kan uit­groei­en tot een toekomstboom.

Over het alge­meen gebruikt men in Bel­gië vaak enkel de term stand­plaats. Er wor­den dan ook de kwa­li­ta­tie­ve eigen­schap­pen van de plaats waar de boom staat mee bedoelt. De groei­plaats dus.

Met stand­plaats­ver­be­te­ring bedoe­len we eigen­lijk groei­plaats­ver­be­te­ring. In Bel­gië spreekt men soms nog over stand­plaats­ver­be­te­ring. In Neder­land spreekt men ech­ter altijd over de groeiplaatsverbetering.

 

Waar­om is de groei­plaats van een boom zo belangrijk?

De groei­plaats van een boom zorgt ervoor dat de boom op een nor­ma­le en gezon­de manier al zijn fysi­o­lo­gi­sche pro­ces­sen kan uit­voe­ren. Zoals water en nutri­ën­ten opne­men, kool­stof­di­oxi­de omzet­ten tot sui­kers en opslaan, zuur­stof opne­men en pro­du­ce­ren en groeien.

De groei­plaats van een boom is dus uiter­ma­te belang­rijk voor zijn welzijn.

Zowel voor zijn gezond­heid, con­di­tie als zijn vitaliteit.

Van­daar dat de groei­plaats­ver­be­te­ring erg nut­tig is bij ver­zwak­te bomen. Of deze met een slech­te conditie.

Een gezon­de boom bekomt men dan ook alleen door zijn groei­plaats te verzorgen.

Wan­neer er pro­ble­men zijn met de groei­plaats zal dit snel te zien zijn aan het con­di­tie­ver­lies. Hier­door zal de boom gemak­ke­lij­ker ten prooi val­len voor ziek­ten en aantastingen.

Het is ver­ge­lijk­baar met ons men­se­lijk lichaam. Als we te wei­nig water drin­ken, niet genoeg sla­pen, slech­te voe­ding gebrui­ken, niet vol­doen­de bewe­gen, maken we meer kans om ziek te worden.

Een groei­plaats­ver­be­te­ring geeft dan ook een boost aan de con­di­tie van de boom.

 

Wel­ke fac­to­ren ver­sto­ren de groei­plaats van een boom?

Al de fac­to­ren die ervoor zor­gen dat de bodem waar­in de boom wor­telt, onge­schikt wordt voor de boom, om zijn fysi­o­lo­gi­sche pro­ces­sen te onder­hou­den, zijn ver­sto­ren­de fac­to­ren. Deze fac­to­ren zijn:

  • bodem­com­pac­ta­tie,
  • zuur­stof­ge­brek in de bodem,
  • ver­nat­ting,
  • ver­zou­ting van de bodem,
  • afwij­ken­de pH of zuur­te­graad van de bodem,
  • droog­te­stress,
  • gebrek aan nutriënten,
  • onvol­doen­de door­wor­tel­ba­re ruimte,
  • patho­ge­nen aan­we­zig in de bodem,
  • te wei­nig orga­nisch mate­ri­aal aan­we­zig in en op de bodem,
  • grond­wa­ter­ta­fel ver­stoort of gewijzigd.

 

Wat is de con­di­tie van een boom?

De con­di­tie van een boom is de sta­tus van zijn hui­di­ge gezond­heids­toe­stand waar­in hij ver­keert. Het ver­telt hoe zijn hui­di­ge gezond­heid erbij staat. En hoe goed de levens­pro­ces­sen van een boom pres­te­ren. Ook de kwa­li­teit van de kroon­ont­wik­ke­ling, met al dan niet gro­ter pro­bleem­tak­ken, behoort tot de conditie.

De con­di­tie kan gaan van zeer goed tot zeer slecht en tot zelfs afster­ven­de of dood.

Bomen met een goe­de con­di­tie func­ti­o­ne­ren goed, zien er stra­lend uit, ze heb­ben een over­vol­le kroon aan bla­de­ren. Alle levens­pro­ces­sen wer­ken dan zoals het hoort en de boom groeit vlij­tig. De blad­kleur is diep­groen, uiter­aard soor­t­af­han­ke­lijk, en op het uit­ein­de van iede­re twijg zijn bla­de­ren aan­we­zig. Of anders gezegd, op geen enke­le twijg aan de bui­ten­zij­de van de kroon, ont­breekt er een blad. Want daar is licht en een gezon­de boom met goe­de con­di­tie, zet daar dan ook maxi­maal zijn bla­de­ren. En hier­door func­ti­o­neert de boom het bes­te. Hij kan dan maxi­maal aan foto­syn­the­se doen en sui­kers opbou­wen. Die hij nodig heeft om gans zijn struc­tuur, zoals bla­de­ren, spint­hout, bast, tak­ken, twij­gen, vruch­ten, … en zo meer op te bouwen.

Ook goed her­ken­ba­re dik­te­groei en actie­ve wond­over­groei­ing beho­ren tot de eigen­schap­pen van een goe­de conditie.

Wan­neer een exem­plaar in slech­te con­di­tie ver­keert, zal je hier afwij­kin­gen waar­ne­men. Dit noe­men we conditieverlies.

 

Hoe her­ken je con­di­tie­ver­lies bij bomen?

Con­di­tie­ver­lies bij bomen her­ken je aan ver­schil­len­de ken­mer­ken van een boom:

  • geen nor­ma­le blad­zet­ting. Min­der bla­de­ren dan nor­maal. Je kan mak­ke­lijk door­heen de kruin de blau­we hemel zien.
  • klei­ne­re bla­de­ren dan normaal.
  • gedeel­te­lijk ver­droog­de bladeren.
  • snel­ler blad­ver­lies dan normaal.
  • geen blad­ver­lies in de herfst.
  • tak­ken die in het licht staan en toch op het uit­ein­de geen bla­de­ren hebben.
  • blad­kleur is min­der diep­groen of afwijkend.
  • tak­sterf­te en topsterfte.
  • snoei­won­den of won­den van  natuur­lij­ke tak­rei­ni­ging die niet of nau­we­lijks overgroeien.
  • inrot­tin­gen, vrucht­li­cha­men van schim­mels op de stam, bar­sten, tor­sie­scheu­ren, holten, …
  • niet nor­maal ont­wik­kel­de kroon, met gro­te probleemtakken.
  • geen of zeer mati­ge diktegroei

 

Bladverlies en taksterfte

Een groei­plaats­ver­be­te­ring is erg nut­tig bij bomen met tak­sterf­te (zoals op deze foto). De tak­sterf­te is vaak het resul­taat van een ver­dich­te bodem. Een bodem met zuur­stof­ge­brek of slech­te waterhuishouding.

 

Heb je twij­fels over de al dan niet slech­te con­di­tie van uw boom? Of heb je twij­fels of vra­gen over een al dan niet gezon­de boom? Vraag ons dan om advies door onze Cer­ti­fied Tree Mana­ger en laat uw boom tij­dig inspec­te­ren. Er kun­nen naast de even­tu­eel slech­te con­di­tie nog ande­re zaken aan het licht komen.

Zo kan er dan op een dege­lij­ke basis beslist wor­den of er mis­schien een groei­plaats­ver­be­te­ring nodig is. Of dat we in het slecht­ste geval uw boom moe­ten vel­len of kap­pen als de situ­a­tie onom­keer­baar is. Zeker als deze een gevaar zou bete­ke­nen voor de omgeving.

 

Wat is het ver­schil tus­sen con­di­tie en vita­li­teit van een boom?

Het ver­schil tus­sen de con­di­tie en de vita­li­teit van een boom is dat de con­di­tie je ver­telt wat de hui­di­ge toe­stand en gezond­heid van een boom is. En de vita­li­teit weer­geeft hoe een boom al dan niet nog kan rea­ge­ren op stres­sfac­to­ren, zoals bij­voor­beeld zwa­re tak­breuk, ver­slech­ter­de groei­om­stan­dig­he­den of droog­te en vernatting.

 

Een boom kan een slech­te con­di­tie heb­ben, maar wel een goe­de vitaliteit

Er zijn nog­al wat mis­ver­stan­den tus­sen de begrip­pen con­di­tie en vita­li­teit als het over bomen gaat.

De con­di­tie zegt iets over de boom zijn de hui­di­ge toe­stand waar­in hij nu ver­keert. Dit heb­ben we hier­bo­ven uitgelegd.

De vita­li­teit geeft weer wat het ver­mo­gen is om te rea­ge­ren op stres­sfac­to­ren waar­mee de boom gecon­fron­teerd wordt, en hoe hij hier mee omgaat. Bomen met een slech­te con­di­tie ver­ke­ren in stress. En niet al de bomen die in stress ver­ke­ren kun­nen hier­mee omgaan.

 

Een voor­beeld van het ver­schil tus­sen con­di­tie en vita­li­teit maakt dit duidelijker.

Wan­neer een boom gecon­fron­teerd wordt met storm­scha­de en er breekt en erg gro­te gestel­tak uit, ver­keert de boom plots in stress. Een heel deel van zijn bla­de­ren of ener­gie­fa­briek­jes zijn weg. Als de boom dan rea­geert met erg veel water­lot te zet­ten, dit zijn klei­ne groep­jes bla­de­ren die recht­streeks op (gro­te) tak­ken en de stam groei­en, com­pen­seert hij snel het blad­ver­lies. De boom rea­geert dus en dan spre­ken we over goe­de vita­li­teit. Als deze totaal niet rea­geert, en geen water­lot zet, heeft de boom een slech­te veer­kracht en vita­li­teit en is de kans groot dat hij zal afster­ven op termijn.

De con­di­tie kan je ver­be­te­ren door bij­voor­beeld een groei­plaats­ver­be­te­ring uit te voe­ren, maar de boom moet wel in het ver­mo­gen zijn, of vitaal genoeg zijn, om met zijn ver­be­ter­de bodem iets te doen.

Als leek is het niet altijd even gemak­ke­lijk om een oor­deel te vel­len over de juis­te con­di­tie en vita­li­teit van een boom. Ech­ter, een erva­ren en pro­fes­si­o­ne­le boom­ver­zor­ger en zeker onze Tree Mana­ger kan je hier­bij goed helpen.

 

Wat zijn de meest voor­ko­men­de ver­sto­ren­de fac­to­ren voor de groei­plaats van een boom?

De groei­plaats van bomen in een bos, waar geen men­sen komen, en waar geen extre­me weers­om­stan­dig­he­den van invloed zijn, zal niet ver­stoord zijn. En vormt een geschik­te bodem voor het groei­en en ont­wik­ke­len van bomen. Iede­re jaar val­len de blaad­jes, ver­te­ren ze en zor­gen zo mee voor een ide­a­le humus­laag en bodem.

Ver­stoor­de groei­plaat­sen komen dan ook mee voor in de bebouw­de en door de mens gebruik­te omgevingen.

De meest voor­ko­men­de ver­sto­ren­de fac­to­ren voor een groei­plaats zijn:

  • bodem­ver­dich­ting en zuur­stof­ge­brek omwil­le van verkeer,
  • te klei­ne door­wor­tel­ba­re ruim­te of te laag beschik­baar bodem­vo­lu­me bij aan­leg van bestrating,
  • te nat­te of te dro­ge stand­plaats of gewij­zig­de waterhuishouding,
  • het ver­an­de­ren van het grond­wa­ter­ni­veau, door bij­voor­beeld het in- en uit­scha­ke­len van een grond­wa­ter­be­ma­ling of door graafwerkzaamheden,
  • slech­te bodem­kwa­li­teit, omwil­le van bij­voor­beeld ver­mes­ting of strooi­zout­be­las­ting. Of slech­te vruchtbaarheid,
  • grond- en graaf­werk­zaam­he­den met mecha­ni­sche wor­tel­scha­de als gevolg,
  • opho­ging van het maai­veld of ter­rein, met zuur­stof­ge­brek als gevolg,
  • con­cur­ren­tie van ande­re gewas­sen of plan­ten, zoals bij­voor­beeld gras onder en rond de boom of in de boomspiegel,
  • een com­bi­na­ties van boven­ge­noem­de factoren.

 

Standplaatsverbetering helpt tegen zuurstofgebrek in de bodem

Een groei­plaats­ver­be­te­ring is nood­za­ke­lijk voor bomen die zuur­stof­ge­brek ver­to­nen. Op de foto zie je zuur­stof­ge­brek bij een zwaar afge­ta­kel­de berk. Het zuur­stof­ge­brek is te zien aan de don­ker (blau­we) ver­kleu­ring in de sec­ties van de zaagsneden.

 

Hoe groei­plaats onder­zoe­ken om bodem­pro­ble­men in kaart te brengen?

Om de sto­ren­de fac­to­ren in de bodem in kaart te bren­gen, is het van cru­ci­aal belang dat we de groei­plaats van de boom onderzoeken.

Dit doen we onder andere:

  • Door het gra­ven van een proef­ge­ul voor wor­tel­on­der­zoek en om het grond­wa­ter­pro­fiel te bepalen.
  • De boom­wor­tels te onder­zoe­ken. Is er zuur­stof­ge­brek? Of zijn boom­wor­tels afgestorven?
  • Door het zuur­stof­ge­hal­te in de bodem te meten.
  • Met een pene­tro­me­ter de indrin­gings­weer­stand te meten.
  • Een bodem­ana­ly­se te doen om de che­mi­sche samen­stel­ling te ken­nen. En moge­lijks ook om het bodem­le­ven in kaart te brengen.

Al bij de eer­ste teke­nen van con­di­tie­ver­lies is het nodig actie te onder­ne­men. Bij het aan­tref­fen van een ver­sto­ren­de fac­tor is een groei­plaats­ver­be­te­ring al vaak aangewezen.

Door ern­stig zuur­stof­ge­brek kan een boom op enke­le dagen afsterven.

Door de boom terug van een kwa­li­ta­tie­ve groei­plaats te voor­zien, zal deze terug op krach­ten komen en gezon­der wor­den. De con­di­tie en de vita­li­teit zul­len opnieuw toe­ne­men. Hier­door kan de boom aan­tas­tin­gen en ziek­te­ver­wek­kers dan weer beter weren en afremmen.

De levens­ver­wach­ting zal hier­door toe­ne­men. Zeker tegen­over je geen groei­plaats­ver­be­te­ring uitvoert.

Een gezon­de boom kan alleen maar gezond blij­ven wan­neer de groei­plaats in pri­ma con­di­tie is. Als het wor­tel­sys­teem opti­maal kan leven, krij­gen wij als bedank­je van de boom een erg mooie kruin te zien. Boven de grond dan.

De bodem en groei­plaats is het begin van alles.

Maak gerust een afspraak met ons voor een boom­ad­vies.

 

Hoe ver­be­ter je de con­di­tie van een boom?

Bij een groei­plaats­ver­be­te­ring doe je eerst een onder­zoek naar de reden van de kwij­nen­de con­di­tie van uw boom of bomen. Dit onder­zoek zal je uit­sluit­sel geven over alle aan­we­zi­ge sto­ren­de ele­men­ten op de stand­plaats en groeiplaats.

Hier hoort ook een bodem­on­der­zoek bij, zoals het gra­ven van een pro­fiel­kuil, en een wortelonderzoek.

Het bodem­pro­fiel ver­telt veel over de even­tu­eel sto­ren­de lagen in de bodem. En waar en hoe de boom water kan opne­men gedu­ren­de de ver­schil­len­de seizoenen.

Het wor­tel­on­der­zoek laat zien of er vol­doen­de wor­tel­ont­wik­ke­ling moge­lijk is en er bij­voor­beeld geen zuur­stof­ge­brek is. Want bij gebrek aan zuur­stof ster­ven wor­tels snel af.

Na de onder­zoe­ken bepaal je wel­ke maat­re­ge­len er moe­ten geno­men wor­den om de groei­plaats te ver­be­te­ren en je boom terug te laten stra­len van gezondheid.

Moge­lij­ke maat­re­ge­len zijn:

  • plof­fen van de bodem,
  • aan­bren­gen strooisellaag,
  • aan­bren­gen van natuur­lij­ke luchtkokers,
  • aan­bren­gen uit­ge­werkt orga­ni­sche materiaal,
  • aan­bren­gen hakselhoutlaag,
  • bewa­te­ren van de bodem.

 

Meer dras­ti­sche maat­re­ge­len voor de groeiplaatsverbetering

Je kan een stand­plaats­ver­be­te­ring uit­voe­ren op ver­schil­len­de manie­ren. Afhan­ke­lijk van de ernst van de bodem­kwa­li­teit en bodem­ge­steld­heid ga je één of meer­de­re oplos­sin­gen com­bi­ne­ren om het pro­bleem finaal op te los­sen. Zoals hier­bo­ven beschre­ven. Maar het kan nodig zijn meer dras­ti­sche maat­re­ge­len te nemen:

  • grond­uit­wis­se­ling,
  • bre­ken van de bodem met rip­per­tand, zon­der wor­tel­scha­de te maken,
  • drai­na­ge aanbrengen,
  • ver­gro­ten door­wor­tel­ba­re ruimte,
  • ver­gro­ten boom­spie­gel en aan­bren­gen com­post­laag en hakselhoutlaag,
  • aan­bren­gen irrigatiesysteem,
  • plaat­sen voedingskokers,
  • of een com­bi­na­tie van bovenstaande.

Dit brengt steeds klei­ne civie­le wer­ken met zicht mee, wel­ke abso­luut niet tot wor­tel­scha­de mogen leiden.

Het uit­voe­ren van een geslaag­de groei­plaats­ver­be­te­ring is dan ook spe­ci­a­lis­ten­werk wat je best aan ons over­laat. Je dient met te veel fac­to­ren reke­ning te hou­den voor een geslaagd resultaat.

Een geslaag­de groei­plaats­ver­be­te­ring zal je zien aan een jaar op jaar toe­ne­men­de con­di­tie van uw boom. Een rij­ke­re blad­zet­ting. Geen dood hout meer aan de bui­ten­zij­de van de kroon. En een diep­groe­ne blad­kleur van de bladeren.

Heb je vra­gen? Twij­fel niet en laat het ons weten.

Wij beant­woor­den ze graag en kun­nen steeds des­kun­dig boom­ad­vies aanbieden.

 

Waar­om is com­post en hak­sel­hout als groei­plaats­ver­be­te­ring goed?

Een boom­spie­gel met een com­post­laag met daar­op hak­sel­hout biedt vele voor­de­len voor de boom.

De com­post­laag is reeds gedeel­te­lijk of vol­le­dig ver­teerd orga­nisch mate­ri­aal. Met een laag stik­stof­ge­hal­te. Door de tra­ge afbraak (ver­te­ring) krijgt de boom iede­re dag drup­pels­ge­wijs zijn voe­ding. En dus niet met een boost zoals bij een mest­stof het geval is. En een com­post­laag en ach­ter­af ook de hak­sel­hout­laag zelf, want ook deze begint te ver­te­ren, zor­gen gedu­ren­de vele jaren voor een dag­da­ge­lijk­se drup­pels­ge­wij­ze voeding.

Het hak­sel­hout is niet ver­teerd orga­nisch mate­ri­aal. Het zorgt voor een twee­de laag boven­op de com­post­laag. En het heeft meer­de­re functies.

Zo zal de hak­sel­hout­laag met erg droog en heet zomer­weer als iso­la­tie dienst doen. Hier­door wordt voor­ko­men dat er water uit de bodem (com­post­laag en die­per) ver­dampt. Zodat de boom water ter beschik­king heeft. En ook bij droog weer.

Bij een heel nat­te peri­o­de, zal de hak­sel­hout­laag het regen­wa­ter gedeel­te­lijk buf­fe­ren. En omdat de bodem onder het hak­sel­hout altijd voch­tig is en er regen­wor­men gaan hui­zen, zul­len de gan­gen die de regen­wor­men gra­ven het water ook beter afvoe­ren. En snel­ler die­per in de grond bren­gen, wat dan weer een voor­deel is na een lan­ge dro­ge peri­o­de. Het water is dan snel­ler bij de wortels.

 

Schim­mels in de boom­spie­gel als gevolg van een hakselhoutlaag

 

Na het uit­voe­ren van een groei­plaats­ver­be­te­ring komen er in de boom­spie­gel van de boom vaak vrucht­li­cha­men van schim­mels voor. Wat heel erg gewenst is uiter­aard. Hier zie je vlie­gen­zwam­men als ecto­my­cor­r­hi­za­vor­men­de sym­bi­on­ten nabij een berk. De “goe­de” schim­mels die ide­aal zijn voor de stand­plaats van de boom.

 

In de hak­sel­hout­laag komen ook schim­mels hui­zen (sapro­fy­ten en sym­bi­on­ten). Die het hak­sel­hout zeer lang­zaam afbre­ken en omzet­ten in opneem­ba­re nutri­ën­ten voor de boom. De sym­bi­on­ten (voor onze inheem­se bomen ecto­my­cor­r­hi­za­vor­men­de sym­bi­on­ten) voor­zien de bomen van natuur­lij­ke anti­bi­o­ti­ca en natuur­lij­ke fun­gi­ci­den. Deze bescher­men de bomen tegen res­pec­tie­ve­lij­ke bac­te­ri­ën en para­si­tai­re schim­mels. De sym­bi­on­ten zul­len van de boom sui­kers krij­gen. Omdat ze zelf geen blad­groen (chlo­ro­fyl) heb­ben en geen sui­kers kun­nen aan­ma­ken, zit hier de symbiose.

Deze groei­plaats­ver­be­te­ring zorgt voor een kwa­li­ta­tie­ve stand­plaats op lan­ge ter­mijn voor de boom, als ook de ande­re sto­ren­de fac­to­ren weg­ge­no­men worden.

 

Is iede­re boom te red­den met een groeiplaatsverbetering?

Tot ons spijt is dit helaas niet het geval.

Wan­neer een exem­plaar is aan­ge­tast door de ech­te honing­zwam, de som­be­re honing­zwam, de ech­te ton­der­zwam, een zwa­vel­zwam of een ande­re agres­sie­ve para­siet, zal een groei­plaats­ver­be­te­ring de boom niet meer kun­nen red­den. Het rek­ken van de levens­duur is, afhan­ke­lijk van het sta­di­um van de aan­tas­ting, de stand­plaats en de boom­soort, soms nog wel mogelijk.

 

Zwavelzwam op prunus serotina

Hier zie je zwa­vel­zwam op een Pru­nus sero­ti­na (vogel­kers). Bij som­mi­ge agres­sie­ve para­si­tai­re schim­mel­aan­tas­tin­gen is een groei­plaats­ver­be­te­ring vaak niet meer aangewezen.

 

Hier moet dan over­wo­gen wor­den of de inves­te­ring van een groei­plaats­ver­be­te­ring de moei­te loont of niet. Dit zal afhan­ke­lijk zijn van hoe­veel jaren de boom meer weer­stand kan bie­den door de groei­plaats­ver­be­te­ring. En wat dit bete­kent in jaren extra levens­ver­wach­ting voor de boom.

De myco­lo­gi­sche ken­nis van boom­ver­zor­ger Bert Jans­sens kan je een heel eind ver­der hel­pen. Nodig voor het cor­rect beoor­de­len van de situ­a­tie. En voor cor­rect boom­ad­vies.

De groei­plaats­ver­be­te­ring is een erg krach­tig mid­del om een boom er boven­op te hel­pen. Maar indien de situ­a­tie te slecht is, helpt groei­plaats­ver­be­te­ring niet meer. Laat ons dus een gron­dig advies geven of een groei­plaats­ver­be­te­ring nut­tig is voor uw boom.

 

Prijs van een groei­plaats­ver­be­te­ring. Vraag het ons vrijblijvend.

Iede­re stand­plaats van een boom is anders. Zowel in soort als in groot­te. Daar­om vra­gen we je vrien­de­lijk ons vrij­blij­vend te contacteren.

De prijs kan vari­ë­ren tus­sen de € 300 voor een klei­ne groei­plaats­ver­be­te­ring en de € 2.500 of meer voor een gro­te stand­plaats­ver­be­te­ring. Alles is ook afhan­ke­lijk van de groot­te, bereik­baar­heid en bodemgesteldheid.

Wij komen graag vrij­blij­vend langs om onze bes­te oplos­sing en prijs aan te bieden.

 

Foto’s van geslaag­de groeiplaatsverbeteringen

 

Groeiplaatsverbetering van een wilg (salix) te Hulshout

Groei­plaats­ver­be­te­ring van een treur­wilg (Salix baby­lo­ni­ca of Salix pen­du­la) te Huls­hout. Hier werd alle snoei­sel van de hagen en strui­ken gehak­seld. Het hak­sel­hout werd dan gebruikt als bodem­ver­be­te­raar. Zowel voor de bor­der ach­ter­aan in de tuin als rond de treurwilg.

 

 

Groeiplaatsverbetering van een Liriodendron tulipifera te Lier (foto 1)

Bij deze groei­plaats­ver­be­te­ring van een Liri­o­den­dron tuli­pi­fe­ra te Lier is het gras onder de kroon­pro­jec­tie van de boom ver­wij­derd. Nadien is er vol­le­dig uit­ge­werk­te com­post onder de kroon­pro­jec­tie (in de boom­spie­gel) gevoerd. En is deze laag bedekt met hak­sel­hout. Een ide­a­le com­bi­na­tie. Om de boom van nut­ti­ge nutri­ën­ten te voor­zien. Zon­der al te veel stik­stof toe te die­nen. Een jaar later wer­den ver­schil­len­de vrucht­li­cha­men van endo­my­cor­r­hi­za­vor­men­de sym­bi­on­ten aan­ge­trof­fen. Ide­aal voor de stand­plaats van de boom.

 

Groeiplaatsverbetering van een Liriodendron tulipifera te Lier (foto 2)

Twee­de foto van de groei­plaats­ver­be­te­ring van de tul­pen­boom te Lier.

 

Stel gerust en vrij­blij­vend uw vraag. Wij beant­woor­den ze graag.

Start typing and press Enter to search

Shopping Cart
error: Content is protected !!