Wor­tel­scha­de bij bomen en hoe voorkomen

Effect van wor­tel­scha­de bij bomen, en hoe te voorkomen

 

Wor­tel­scha­de bij bomen kan sig­ni­fi­cant zijn en heeft zowel mor­fo­lo­gi­sche als fysi­o­lo­gi­sche gevol­gen voor de bomen. Boven­dien is het belang­rijk te weten hoe der­ge­lij­ke scha­de kan wor­den voorkomen.

Hier­na leg­gen we je in detail uit waar­om wor­tel­scha­de zo slecht is voor het wel­zijn van de boom. En wel­ke scha­de de boom er op ter­mijn zal van oplopen.

Als mens den­ken we vaak op te kor­te ter­mijn als het over bomen gaat. Een eik kan als hij onaan­ge­roerd blijft 500 jaar oud wor­den. Wan­neer er wor­tel­scha­de gemaakt wordt en deze is niet te groot van omvang, kan de boom pas 10 jaar later of 20 jaar later er boven­gronds de gevol­gen van laten zien. Daar­om wil­len we je infor­me­ren wat wor­tel­scha­de bij bomen bete­kend op mor­fo­lo­gisch vlak (zijn opbouw) en fysi­o­lo­gisch vlak (zijn werking).

Onder­aan deze pagi­na is nog spe­ci­fiek aan­dacht besteed aan het voor­ko­men van wor­tel­scha­de bij grond­wer­ken en tuin­aan­leg. Omdat dit een veel voor­ko­men­de situ­a­tie is waar­bij vaak ern­sti­ge wor­tel­scha­de ver­oor­zaakt wordt.

 

Inhouds­op­ga­ve toon

 

Mor­fo­lo­gi­sche ver­kla­ring waar­om wor­tel­scha­de slecht is

Wor­tel­scha­de kan lei­den tot ver­schil­len­de mor­fo­lo­gi­sche ver­an­de­rin­gen bij bomen. Voor­al de struc­tuur (of opbouw) van hun wor­tel­sys­teem ver­an­dert hierdoor.

Wan­neer je gestel­wor­tels bescha­digt, resul­teert dit in ver­min­der­de sta­bi­li­teit van de boom. Wat wil zeg­gen dat de boom gevoe­li­ger is voor wind­worp (ont­wor­te­ling). Waar­door de boom gemak­ke­lij­ker kan omval­len. Gestel­wor­tels zijn name­lijk dik­ke wor­tels die zich kort bij de stam­voet van de boom bevin­den. En voor­al voor de steun en ver­an­ke­ring in de bodem zor­gen. Ze kun­nen erg dik zijn, tot meer dan 30 cm dia­me­ter bij gro­te bomen.

Wor­tel­scha­de aan explo­ra­tie­wor­tels en exploi­ta­tie­wor­tels zor­gen daar­en­te­gen voor ver­min­der­de effi­ci­ën­tie in water- en voedingsstoffenopname.

Explo­ra­tie­wor­tels zijn wor­tels die haast altijd recht­door lopen, weg van de boom, om de bodem te ver­ken­nen. Op zoek naar nutri­ën­ten (humus­rij­ke bodem bij­voor­beeld). Wan­neer ze een geschik­te bodem berei­ken, zal deze wor­tel over­gaan naar een exploi­ta­tie­wor­tel. Een geheel van klei­ne en fij­ne ver­tak­te wor­tels die er dan lokaal de bodem kolo­ni­se­ren. Om er nutri­ën­ten en vocht op te nemen.

 

Wor­tel­scha­de bij een boom ver­stoort de fysi­o­lo­gi­sche werking

Wor­tel­scha­de beïn­vloedt de fysi­o­lo­gi­sche pro­ces­sen van bomen, waar­on­der water- en nutri­ën­ten­op­na­me, foto­syn­the­se en ademhaling.

Bescha­dig­de wor­tels zul­len de effi­ci­ën­tie van water­trans­port en voe­dings­stof­fe­n­op­na­me ver­min­de­ren. Wat leidt tot ver­min­der­de groei en vita­li­teit van de boom.

Boven­dien zal wor­tel­scha­de de pro­duc­tie van wor­te­lexu­daten, zoals bij­voor­beeld de in de bla­de­ren gepro­du­ceer­de sui­kers, beïn­vloe­den. Die een cru­ci­a­le rol spe­len in de com­mu­ni­ca­tie met bodem­mi­cro-orga­nis­men en de weder­zijd­se beschik­baar­heid van voe­dings­stof­fen, zowel voor de boom als het bodem­le­ven (I. C. Mei­er et al., 2019).

 

Voor­beel­den hoe wor­tel­scha­de kan ontstaan

Wor­tel­scha­de bij bomen kan op ver­schil­len­de manie­ren ont­staan, vaak als gevolg van men­se­lij­ke acti­vi­tei­ten of natuur­lij­ke factoren.

Hier zijn enke­le veel­voor­ko­men­de voorbeelden.

 

Men­se­lij­ke activiteiten

Spij­tig genoeg heb­ben veel men­sen geen weet van de ernst van het maken van wor­tel­scha­de. En hier komen we later op terug. Maar vaak ont­staat wor­tel­scha­de bij bomen door men­se­lij­ke activiteiten.

Bemerk wel dat je deze scha­de vaak kan voor­ko­men door je bomen te bescher­min­gen voor­al­eer je gaat bou­wen. Zodat je weet wat er zich afspeelt in de bodem. En wel­ke behoef­ten, lees hoe­veel wor­tels, de bestaan­de bomen mini­maal nodig heb­ben.  Om zowel sta­biel als gezond te blij­ven. En waar deze wor­tels zich bevinden.

 

Bouw- en constructiewerkzaamheden

Graaf­werk­zaam­he­den, het leg­gen van fun­de­rin­gen, het gra­ven van kabel­geu­len, en het rij­den met zwa­re machi­nes over de wor­tel­zo­ne, kun­nen fysie­ke scha­de aan wor­tels ver­oor­za­ken. Zoals het over­trek­ken of bre­ken van wor­tels. En het uit­scheu­ren van wor­tels tot aan de stam zelfs. Door zwa­re machi­nes ont­staat de scha­de niet alleen door fysie­ke bescha­di­ging. Maar ook door bodem­com­pac­tie. Waar­bij zuur­stof­ge­brek optreedt in de bodem en nadien wortelsterfte.

Al deze scha­de ver­stoort de water- en nutri­ën­ten­op­na­me en kan lei­den tot de desta­bi­li­sa­tie van bomen.

Ontbreken van boombescherming heeft tot grote wortelschade geleid. De schadebepaling van de bomen is erg hoog in dit geval.

Omdat er geen boom­be­scher­ming werd voor­zien gedu­ren­de deze werf, zijn de wor­tels van bei­de bomen langs weer­zij­den weg­ge­gra­ven. Ook de bodem is zwaar beschadigd.

 

Bestra­tings­werk­zaam­he­den

Het aan­leg­gen van wegen, trot­toirs en ande­re bestra­ting dicht bij bomen kan, naast fysie­ke wor­tel­scha­de, ook wor­tel­groei beper­ken. En lei­den tot ver­dich­ting van de bodem. Waar­door het door­wor­tel­ba­re bodem­vo­lu­me afneemt en de boom hier­door een lager toe­komst­ver­wach­ting krijgt. Een boom heeft, alge­meen geno­men, onge­veer 1 m³ door­wor­tel­ba­re bodem nodig per jaar. Om zich op een nor­ma­le manier te kun­nen onder­hou­den en ontwikkelen.

Ook gas­uit­wis­se­ling tus­sen wor­tels en de bodem wordt belem­merd bij bodemverdichting.

Ver­sto­ring van de bodem

Land­bouw­prak­tij­ken, zoals ploe­gen, het aan­leg­gen van drai­na­ge of het fre­zen van de top­laag van de bodem voor de aan­leg van gazon kun­nen het wor­tel­stel­sel bescha­di­gen. Afhan­ke­lijk van de wer­ken en weers­om­stan­dig­he­den (te nat bij­voor­beeld) kan de struc­tuur van de bodem nega­tief beïn­vloed wor­den. Wat bei­de nega­tie­ve gevol­gen heeft voor de gezond­heid van de boom.

Bemerk dat van veel boom­soor­ten onge­veer 70% van hun wor­tel­sys­teem aan­we­zig is in de boven­ste 20 cm van de bodem. Dit wil zeg­gen, als je 20 cm diep freest om gazon aan te leg­gen, dat je zo goed als haast alle wor­tels van de boom bescha­digd hebt. En dat is ook zicht­baar boven­gronds; je zal dit de jaren nadien dui­de­lijk zien aan de boom. Zijn con­di­tie zal sterk afne­men. De boom zal top­sterf­te ver­to­nen en min­der bla­de­ren krijgen.

Aan­plan­ten in de wor­tel­zo­ne en kroon­pro­jec­tie van bomen

Wan­neer je een aan­plan­ting doet van bodem­be­dek­kers, strui­ken of ande­re bomen in de zone rond een boom, name­lijk bin­nen of tot enke­le meters bui­ten de kroon­pro­jec­tie, houdt er dan best reke­ning mee dat je geen te gro­te wor­tels van de boom bescha­digd. Wor­tels gro­ter dan 2,5 cm bescha­dig je best niet. En zeker niet als het meer­de­re wor­tels van deze afme­ting zijn en van dezelf­de boom.

Opteer dan beter om met je aan­plant een beet­je op te schui­ven, zodat je geen te gro­te wor­tels tegen­komt. Of gebruik klei­ner plant­goed, zodat je min­der ruim­te nodig hebt.

Bron­be­ma­ling

Bron­be­ma­ling is erg slecht voor bomen, zeker als er geen pre­ven­tie­maat­re­ge­len wor­den geno­men. Hier is het niet zo zeer de fysie­ke bescha­di­ging in eer­ste instan­tie, maar het afster­ven van wor­tels door het gebrek aan water. En nadien, als de wor­tels zijn afge­stor­ven kun­nen de wor­tels ook rot wor­den. Waar­door ze hun mecha­ni­sche sterk­te ver­lie­zen en de boom in sta­bi­li­teits­pro­ble­men kan komen met de tijd.

Bemerk dat het gebrek aan water niet alleen voor de wor­tels, maar voor heel de boom op kor­te tijd nefast kan zijn.

Lees alles over bron­be­ma­lin­gen en bomen op onze spe­ci­aal daar­voor geschre­ven pagina.

 

Natuur­lij­ke factoren

Naast men­se­lij­ke fac­to­ren die wor­tel­scha­de aan bomen ver­oor­za­ken, zijn er uiter­aard ook natuur­lij­ke fac­to­ren waar­door bomen wor­tel­scha­de kun­nen oplopen.

Vaak heb je die niet in de hand, ten­zij je je bomen laat inspec­te­ren op gebre­ken en er de nodi­ge maat­re­ge­len zijn genomen.

Dat maakt dan wel een ver­schil. Want bomen met bij­voor­beeld een te een­zij­di­ge kruin, zul­len we je aan­ra­den deze te snoei­en door het inne­men van de kroon. Zodat de boom min­der kans maakt op ontworteling.

 

Extre­me weersomstandigheden

Lang­du­ri­ge droog­te, over­stro­min­gen, en zwa­re stor­men kun­nen wor­tel­scha­de ver­oor­za­ken door uit­dro­ging, zuur­stof­ge­brek of fysie­ke bescha­di­ging door het omval­len van de boom.

Ero­sie

Bodem­ero­sie kan de boven­ste bodem­la­gen, die rijk zijn aan voe­dings­stof­fen en waar­in zich veel fij­ne wor­tels bevin­den, weg­spoe­len. Wat de groei en sta­bi­li­teit van bomen beïn­vloed en de bloot geko­men wor­tels uit­dro­gen en dis­func­ti­o­neel worden.

Wor­tel­con­cur­ren­tie

In dicht­be­bos­te of over­be­plan­te gebie­den kun­nen bomen met elkaar con­cur­re­ren om ruim­te, water en voe­dings­stof­fen. Wat kan lei­den tot wor­tel­stel­sels die niet vol­le­dig kun­nen ont­wik­ke­len of bescha­digd raken, door bij­voor­beeld afknelling.

Aan­tas­ting door ziek­ten en plagen

Bepaal­de bodem­pla­gen en wor­tel­ziek­ten (ver­oor­zaakt door schim­mels of bac­te­ri­ën) kun­nen de wor­tels aan­tas­ten, waar­door ze ver­zwak­ken, dis­func­ti­o­neel wor­den of afsterven.

 

Het begrij­pen van de oor­za­ken van wor­tel­scha­de is cru­ci­aal voor het ont­wik­ke­len van effec­tie­ve stra­te­gie­ën en maat­re­ge­len om bomen te bescher­men en te behou­den. Zowel in ste­de­lij­ke omge­vin­gen als in natuur­lij­ke ecosystemen.

Pre­ven­tie­ve maat­re­ge­len en zorg­vul­dig beheer door des­kun­di­gen, zoals een tree mana­ger, zijn essen­ti­eel om de gezond­heid en levens­duur van je bomen te waarborgen.

 

 

Pre­ven­tie en voor­ko­men van wor­tel­scha­de bij bomen

Pre­ven­tie van wor­tel­scha­de omvat een ver­schei­den­heid aan benaderingen.

Waar­on­der het selec­te­ren van geschik­te loca­ties voor het plan­ten van bomen om con­flic­ten met infra­struc­tuur te ver­mij­den. Of het gebruik van bescher­men­de bar­ri­è­res rond de wor­tel­zo­ne van bestaan­de bomen tij­dens bouw­werk­zaam­he­den. Of het regel­ma­tig water geven bij het gebruik van bron­be­ma­ling, zodat de bomen bin­nen de invloeds­feer van de bema­ling geen scha­de ondervinden.

Alles dus om de boom­wor­tels en boom zelf in goe­de con­di­tie en gezond­heid te hou­den. En ervoor te zor­gen dat bestaan­de en nieu­we bomen ont­wik­ke­lings­mo­ge­lijk­he­den heb­ben door de onder­grond­se en boven­grond­se ruim­te die ze ter beschik­king krij­gen, zon­der dat er blij­ven­de wor­tel­scha­de wordt aangericht.

Daar­naast kan het aan­bren­gen van die­pe rand­fun­de­rin­gen voor­ko­men dat wor­tels toe­gang krij­gen onder fun­de­rin­gen, wat scha­de aan zowel bomen als struc­tu­ren voor­komt (Day, 1991). Daar­naast kun­nen stra­te­gie­ën zoals het bie­den van vol­doen­de ruim­te voor wor­tel­groei onder bestra­ting en het ver­min­de­ren van bestra­tings­hef­fing door wor­tel­groei hel­pen bij het voor­ko­men van scha­de (G. Wat­son et al., 2014).

Het begrij­pen van de mor­fo­lo­gi­sche en fysi­o­lo­gi­sche effec­ten van wor­tel­scha­de en het imple­men­te­ren van pre­ven­tie­ve maat­re­ge­len zijn essen­ti­eel voor het behoud van gezon­de en sta­bie­le bomen. In zowel ste­de­lij­ke als natuur­lij­ke omge­vin­gen. En bescher­men ook de struc­tu­ren zoals de bestra­ting en gebou­wen in de buurt van de bomen.

Het voor­ko­men van wor­tel­scha­de bij bomen ver­eist een gespe­ci­a­li­seer­de aan­pak. Waar­bij de exper­ti­se van een boom­des­kun­di­ge onmis­baar is.

Hier­on­der kan je lezen over de taken van een boom­des­kun­di­ge en de belang­rij­ke onder­de­len van boom­be­scher­mings­plan­nen, ver­plant­baar­heids­on­der­zoe­ken en bewortelingsonderzoeken.

 

Voor­beeld van pre­ven­tie; proef­ge­ul voor wortelonderzoek

 

Proefgeul gemaakt tijdens voorafgaandelijk wortelonderzoek om na te gaan of er geen te grote wortels aanwezig zijn, zodat er geen wortelschade wordt gemaakt tijdens graafwerken.

Proef­ge­ul gemaakt tij­dens voor­af­gaan­de­lijk wor­tel­on­der­zoek om na te gaan of er geen te gro­te wor­tels aan­we­zig zijn. Zodat er geen wor­tel­scha­de wordt gemaakt tij­dens graaf­wer­ken. Op de afbeel­ding kan je zien dat er inder­daad enkel klei­ne wor­tels aan­we­zig zijn. Wat bete­kend dat van­af deze loca­tie op het ter­rein, en ver­der weg van de boom, kan gegra­ven wor­den voor het maken van civie­le con­struc­ties en bouwwerken.

 

Taak van een boom­des­kun­di­ge om wor­tel­scha­de bij bomen te voorkomen

Een boom­des­kun­di­ge speelt een cru­ci­a­le rol bij het voor­ko­men van wor­tel­scha­de door het uit­voe­ren van onder­zoe­ken en het opstel­len van de beno­dig­de maat­re­ge­len en werk­prak­tij­ken. Er zijn ver­schil­len­de stan­daard moge­lijk­he­den. Ech­ter is iede­re situ­a­tie spe­ci­fiek, en vraagt het vaak om een aan­pak op maat.

 

Opstel­len van een boombeschermingsplan

Dit plan iden­ti­fi­ceert en beschermt bestaan­de waar­de­vol­le bomen tij­dens bouw- en ont­wik­ke­lings­pro­jec­ten. Het omvat maat­re­ge­len om de bomen, hun tak­ken boven­gronds en hun wor­tels onder­gronds te bescher­men tegen mecha­ni­sche scha­de, ver­dich­ting van de bodem, en ver­an­de­rin­gen in het bodemwaterregime.

Het biedt een 3D-bescher­ming en bescher­ming in de tijd, aan de hand van goe­de plan­ning, aan­ge­pas­te werk­prak­tij­ken en bescher­mings­maat­re­ge­len, om de bomen gezond en zon­der scha­de door­heen het pro­ject te leiden.

Uit­voe­ren van een verplantbaarheidsonderzoek

Dit onder­zoek beoor­deelt of een boom kan wor­den ver­plaatst zon­der aan­zien­lij­ke scha­de te ver­oor­za­ken. Het houdt reke­ning met de gezond­heid, leef­tijd, soort en loca­tie van de boom en zijn toe­kom­sti­ge bestem­mingslo­ca­tie. Hier­voor is steeds wor­tel­on­der­zoek nodig om te weten of de boom ver­plant­baar is en hoe groot de kluit van de ver­plan­te boom zal moe­ten zijn.

Uit­voe­ren van een bewortelingsonderzoek

Dit onder­zoek eva­lu­eert de con­di­tie, struc­tuur, loca­tie en omvang van de wor­tels. En het geeft de opbouw van de bodem­la­gen weer, de bodem­soort en waar zicht de grond­wa­ter­ta­fel bevindt, ten opzich­te van de wor­tels van de boom. Zodat naast gege­vens van de wor­tels er ook gege­vens zijn over de het grond­wa­ter­pro­fiel waar­op de boom water opneemt.

Dit onder­zoek is steeds nodig wan­neer bomen gecon­fron­teerd wor­den met bron­be­ma­ling, waar­bij bomen vaak moe­ten geïr­ri­geerd wor­den.

Opstel­len Bomen Effect Analyse

Dit onder­zoek gaat na wel­ke effect er op de bestaan­de bomen is in een omge­ving waar civie­le wer­ken, zoals bij­voor­beeld bouw­werk­zaam­he­den, zul­len plaats vin­den. En waar­mee er tij­dens de ont­werp­fa­se reke­ning moet gehou­den wor­den om beeld­be­pa­len­de en te behou­den bomen te vrij­wa­ren van wor­tel­scha­de en boven­grond­se schade.

De Bomen Effect Ana­ly­se of BEA is heden ten dage bij­na altijd een ver­eis­te van over­heids­we­gen, als onder­deel van een omge­vings­ver­gun­ning, zeker wan­ner er waar­de­vol­le bomen aan­we­zig zijn op het ter­rein of bij gro­te­re pro­jec­ten. Daar­naast zorgt dit onder­zoek er ook voor dat de reeds groe­ne omge­ving van het pro­ject kwa­li­teits­vol behou­den blijft op ter­mijn. Wat erg waar­de­vol is, zowel naar bele­ving als finan­ci­ë­le waarde.

 

Onder­de­len van een boombeschermingsplan

Een boom­be­scher­mings­plan van b‑Tree Boom­ver­zor­ging bevat mini­maal de vol­gen­de elementen:

Inven­ta­ri­sa­tie van bomen

Iden­ti­fi­ca­tie, inplan­ting en beoor­de­ling van alle para­me­ters (zoals con­di­tie, vita­li­teit, aan­tas­tin­gen, gebre­ken en ande­re pro­ble­men) van de bomen op de site. Dit gedeel­te van het rap­port wordt ook gebruikt als nul­me­ting als er ach­ter­af toch scha­de zou gemaakt zijn aan bomen tij­dens de bouw­werk­zaam­he­den, om deze boom­scha­de te begro­ten en taxe­ren.

 

Printscreen van een stuk van de bomendatabase, gekoppeld aan de boominventarisatie via het GIS-systeem

Print screen van een stuk van de bomen­da­ta­ba­se, gekop­peld aan de boom­in­ven­ta­ri­sa­tie via het GIS-systeem.

 

Beoor­de­ling van de impact

Dit gedeel­te bevat de stu­die en ana­ly­se van hoe geplan­de acti­vi­tei­ten de bomen kun­nen beïn­vloe­den. En wel­ke maat­re­ge­len er die­nen geno­men te wor­den. Hoe vroe­ger we als boom­des­kun­di­ge bij het pro­ject betrok­ken kun­nen wor­den, hoe min­der tijd en geld er ver­lo­ren gaat, omdat er dan “right first time” beslis­sin­gen kun­nen geno­men wor­den. Tot hier loopt deze stu­die voor een groot stuk gelijk met de Bomen Effect Analyse.

Bescher­men­de maatregelen

Er wordt eerst een stu­die gemaakt van de BVZ (boom­ver­an­ke­rings­zo­nes) en TBBZ (te bescher­men boom­zo­nes), zodat op de juis­te loca­ties bescher­mings­zo­nes rond de bomen kan wor­de ingesteld.

Bij­ko­men­de spe­ci­fi­ë­ren we boom­spa­ren­de tech­nie­ken en werk­pro­ce­du­res, om de bomen effec­tief te bescher­men tegen wor­tel­scha­de en boven­grond­se scha­de aan de kroonstructuur.

Eén van de boom­spa­ren­de tech­nie­ken is het gebruik van pers­lucht (air­s­pa­de tech­niek) of een grond­zuig­wa­gen om wor­tels bloot te leg­gen zon­der scha­de. Maar er komen ook veel ande­re zaken bij kij­ken. Zoals irri­ga­tie en opvol­ging van het bodem­vocht bij het gebruik van bron­be­ma­ling bijvoorbeeld.

 

Met air-spade puinvrij blazen van de wortel ter voorbereiding van een groeiplaatsinrichting, zonder schade te veroorzaken

Met een air­s­pa­de puin­vrij bla­zen van de wor­tels ter hoog­te van nuts­lei­din­gen, om bodem terug door­wor­tel­baar te maken ter voor­be­rei­ding van een groei­plaats­in­rich­ting en ervoor te zor­gen dat er geen scha­de is.

 

Tijds­plan­ning, opvol­ging en monitoring

Plan­ning van de pro­ject- en bouw­ac­ti­vi­tei­ten zijn nood­za­ke­lijk om de impact van de wer­ken op de bomen, en de scha­de die de bomen hier­door zou­den kun­nen oplo­pen, te mini­ma­li­se­ren. Boom­wor­tels onder­vin­den de min­ste scha­de als de bodem slechts een­maal, en na voor­af­gaan­de­lijk onder­zoek, hoeft aan­ge­roerd te wor­den en er zich snel nieu­we klei­ne wor­tels kun­nen vor­men. Slech­te plan­ning of wer­ken op een ver­keerd moment uit­voe­ren, in het groei­sei­zoen de bodem krach­tig en lang bema­len bij­voor­beeld, heeft een nega­tie­ve impact op de bomen.

Alle wer­ken die­nen uiter­aard opge­volgd te wor­den door een boom­des­kun­di­ge, zodat je zeker bent van de cor­rec­te uit­voe­ring en nale­ving van de voor­ge­schre­ven werk­me­tho­den en bescher­mings­maat­re­ge­len. Ook kan er snel en cor­rect gean­ti­ci­peerd wor­den op onver­wach­te gebeur­te­nis­sen of hin­der­nis­sen in het pro­ject. Daar­naast is regel­ma­ti­ge moni­to­ring van de con­di­tie van de bomen tij­dens het pro­ject nood­za­ke­lijk. Omdat dit feed­back geeft over de cor­rec­te wer­king van de geno­men maatregelen.

 

Onder­de­len van een verplantbaarheidsonderzoek

Een ver­plant­baar­heids­on­der­zoek omvat minimaal:

Gezond­heids- en vitaliteitsbeoordeling

Eva­lu­a­tie van de hui­di­ge gezond­heid en groei­po­ten­ti­eel van de boom. Dit is belang­rijk om weten, want in een boom die stag­na­tie ver­toont, geen goe­de con­di­tie heeft of niet vitaal is, wens je niet te inves­te­ren. Want weet dat een ver­plan­ting een aar­di­ge inves­te­ring is.

Wor­tel­stel­sel­be­oor­de­ling

Inspec­tie van de struc­tuur en con­di­tie van het wor­tel­stel­sel. Bij het ver­plan­ten van een boom dien je de gro­te van de wor­tel­kluit te bepa­len, en deze moet groot genoeg zijn om de boom zo groot moge­lij­ke over­le­vings­kan­sen te geven. Maar de kluit kan of mag ook niet te groot zijn, want anders kan je hem moei­lijk ver­plaat­sen of is het trans­port over de weg onmo­ge­lijk. Hier­voor dien je dus de nodi­ge infor­ma­tie over het wor­tel­sys­teem van de te ver­plan­ten boom te verzamelen.

Ook de manier waar­op de boom zich voor­ziet in water (con­ti­nu grond­wa­ter pro­fiel, hang­wa­ter­pro­fiel, schijn­grond­wa­ter­pro­fiel, …) dient gekend te zijn, om te weten of de boom het op zijn bestem­ming zal kun­nen halen, en wel­ke nazorg er moet gege­ven wor­den de jaren nadien.

Stand­plaats­ana­ly­ses

Onder­zoek naar de hui­di­ge en toe­kom­sti­ge stand­plaats­om­stan­dig­he­den. Wan­neer je ver­plant, heb je een ver­trek­plaats en een bestem­mingslo­ca­tie. De kwa­li­ta­tie­ve eigen­schap­pen van de twee stand­plaat­sen of groei­plaat­sen mogen niet te extreem ver­schil­len van elkaar. En de bestem­mingslo­ca­tie moet zeker geschikt zijn.

Ver­plan­tings­me­tho­diek

Aan­be­ve­lin­gen voor ver­plan­tings­tech­nie­ken en ‑pro­ce­du­res. Dit is het geheel van de ver­schil­len­de metho­den die kun­nen gehan­teerd wor­den om de boom effec­tief uit de bodem te halen, in te klui­ten en te ver­plaat­sen en transporten.

Nazorg­plan

Stra­te­gie­ën voor het beheer en onder­houd van de boom na ver­plan­ting. Waar­bij zeker niet mag ver­ge­ten wor­den om de boom te irri­ge­ren. Want hij is veel wor­tels kwijt waar­door hij min­der gemak­ke­lijk water kan opnemen.

 

Onder­de­len van een bewortelingsonderzoek

Een bewor­te­lings­on­der­zoek bevat typisch vol­gen­de elementen:

Gege­vens wortelmorfologie

Onder­zoek naar de vorm, omvang en sprei­ding van het wor­tel­stel­sel. Het is belang­rijk om weten bij het uit­voe­ren van pro­jec­ten in de buurt van bomen, waar zich juist hun wor­tels bevin­den en hoe groot ze zijn. Afhan­ke­lijk daar­van kan bepaald wor­den of struc­tu­ren zoals gebou­wen ver­der weg of dich­ter­bij kun­nen gere­a­li­seerd worden.

Wor­tel­ge­zond­heid

Beoor­de­ling van de gezond­heid en func­tie van de wor­tels, inclu­sief de aan­we­zig­heid van ziek­ten of plagen.

Bodem­ge­steld­heid

Ana­ly­se van de bodem­struc­tuur, ‑tex­tuur, ‑voch­tig­heid, ‑samen­stel­ling en ‑vrucht­baar­heid.

Water­huis­hou­ding

Beoor­de­ling van de water­be­schik­baar­heid en ‑dyna­miek in rela­tie tot de wortelzone.

Aan­be­ve­lin­gen voor beheer

Stra­te­gie­ën om de groei­om­stan­dig­he­den te opti­ma­li­se­ren en de gezond­heid van het wor­tel­stel­sel te verbeteren.

 

Struc­tuur van Bomen Effect Ana­ly­se rapport

Deze ana­ly­se is gericht op het begrij­pen van de effec­ten van ver­schil­len­de fac­to­ren op bomen en het ana­ly­se­ren van de impact van bomen op hun omge­ving. Hier­on­der volgt een uit­leg over wel­ke onder­de­len vaak in zo’n type ana­ly­se voor­ko­men, hoe­wel dit ook afhan­ke­lijk zal zijn van de spe­ci­fie­ke doe­len van de analyse:

Inven­ta­ri­sa­tie en visu­e­le inspectie

Dit is het visu­eel beoor­de­len van de boom op teke­nen van ziek­ten, pla­gen, struc­tu­re­le pro­ble­men of ande­re stres­sfac­to­ren die de gezond­heid of vei­lig­heid van de boom kun­nen beïnvloeden.

Groei­om­stan­dig­he­den

Ana­ly­se van de bodem, beschik­baar­heid van water, licht, en ande­re omge­vings­fac­to­ren die de groei en gezond­heid van de boom beïnvloeden.

Boom­struc­tuur

Beoor­de­ling van de struc­tu­re­le inte­gri­teit van de boom, inclu­sief de stam, tak­ken en wor­tel­sys­teem, om poten­ti­ë­le risico’s zoals breuk of omval­len te identificeren.

Ziek­te- en plaagbeoordeling

Iden­ti­fi­ca­tie van ziek­ten en pla­gen die de boom kun­nen beïn­vloe­den. Dit omvat het her­ken­nen van symp­to­men en het bepa­len van de ernst van de aantasting.

Impact­ana­ly­se

Eva­lu­a­tie van hoe de boom inter­a­geert met zijn omge­ving, zoals de invloed op onder­lig­gen­de of omlig­gen­de infra­struc­tu­ren (bijv. gebou­wen, wegen) en vice ver­sa. En de bij­dra­ge die de bomen leve­ren aan het eco­sys­teem (bijv. habi­tat voor die­ren, luchtkwaliteit).

Als resul­taat weet je wel­ke bomen best maxi­maal behou­den blij­ven en wel­ke bomen je moge­lijk kan behou­den. Of wel­ke moe­ten ver­wij­derd wor­den, omdat ze vol­le­dig in con­flict lig­gen met het pro­ject, niet vei­lig meer zijn en het geen toe­komst­bo­men zijn. Zodat ze beter plaats maken voor het pro­ject of een geschik­te plaats vor­men om een nieu­we toe­komst­boom aan te plan­ten.

Risi­co­be­oor­de­ling

Beoor­de­ling van het risi­co dat een boom vormt voor zijn omge­ving door mid­del van zijn hui­di­ge gezond­heid en struc­tuur. Dit is voor­al belang­rijk in ste­de­lij­ke en sub-urba­ne gebieden.

Beheer- en onderhoudsplannen

Opstel­len van aan­be­ve­lin­gen voor het onder­houd en beheer van de boom om de gezond­heid te ver­be­te­ren en risico’s te verminderen.

His­to­ri­sche gegevens

Ana­ly­se van eer­de­re onder­houds­re­cords, groei­om­stan­dig­he­den, en eer­de­re inter­ven­ties om trends en patro­nen in de gezond­heid van de boom te identificeren.

 

Als boom­des­kun­di­ge gebrui­ken we deze onder­zoe­ken en plan­nen, om wel­over­wo­gen beslis­sin­gen te nemen, die de gezond­heid en sta­bi­li­teit van bomen waar­bor­gen. Ter­wijl de risico’s op wor­tel­scha­de gemi­ni­ma­li­seerd wor­den. Dit zorgt voor een even­wich­ti­ge co-exis­ten­tie van bomen en men­se­lij­ke acti­vi­tei­ten in zowel ste­de­lij­ke als natuur­lij­ke omgevingen.

 

 

Voor­ko­men wor­tel­scha­de bij bomen tij­dens grond­wer­ken en tuinaanleg

Het voor­ko­men van wor­tel­scha­de bij bomen tij­dens grond­wer­ken en tuin­aan­leg is essen­ti­eel om meer­de­re rede­nen, zoals je hier­bo­ven al kon lezen. Ech­ter gebeurt het erg fre­quent, waar­schijn­lijk door onwetendheid.

 

Waar­om wor­tel­scha­de voorkomen

Naast de mor­fo­lo­gi­sche en fysi­o­lo­gi­sche rede­nen om wor­tel­scha­de bij bomen te voor­ko­men zijn er ook nog een deel ande­re fac­to­ren die je in acht moet nemen.

 

Bescher­ming van het (boom­soort­ei­gen) ecosysteem

Bomen spe­len een sleu­tel­rol in hun eco­sys­teem door het bie­den van habi­tat en voed­sel voor insec­ten, die­ren, schim­mels en vele ande­re orga­nis­men. En in het onder­hou­den van de bodem­kwa­li­teit, en het onder­steu­nen van de bio­di­ver­si­teit. Scha­de aan wor­tels zal deze eco­lo­gi­sche voor­de­len ver­min­de­ren. En het niet alleen het boom­soort­ei­gen eco­sys­teem ver­sto­ren, maar het ook het gro­te­re ecosysteem.

Voor­ko­men van extra kosten

Bescha­dig­de bomen zul­len lei­den tot boom­ver­zor­gings­in­gre­pen, zoals een toe­ne­men­de fre­quen­tie van boom­in­spec­ties, vei­lig­heids­snoei of ver­van­ging. En moge­lijk zelfs aan­spra­ke­lijk­heids­kwes­ties als een ver­zwak­te boom scha­de ver­oor­zaakt aan eigen­dom­men of per­so­nen.

Water­be­heer en ‑con­ser­va­tie

Gezon­de boom­wor­tels hel­pen bij het behe­ren van regen­wa­ter, ver­min­de­ren ero­sie en kun­nen bij­dra­gen aan de ver­min­de­ring van over­stro­mings­ri­si­co’s. Groei­plaat­sen van bomen kun­nen veel water buf­fe­ren en zor­gen voor min­der water run-off.

Behoud van de esthe­ti­sche waarde

Bomen dra­gen bij aan de esthe­ti­sche waar­de en het alge­he­le wel­zijn in zowel ste­de­lij­ke als lan­de­lij­ke omge­vin­gen. Ze leve­ren name­lijk vele eco­sys­teem­dien­sten. Het behou­den de gezond­heid en vita­li­teit van bomen, door onder ande­re geen wor­tel­scha­de te maken, is belang­rijk voor het behoud van land­schaps­waar­de en leefomgevingskwaliteit.

Regu­la­tie van het klimaat

Bomen spe­len een cru­ci­a­le rol bij het regu­le­ren van het kli­maat door het opne­men van CO2, het pro­du­ce­ren van zuur­stof en het bie­den van scha­duw en ver­koe­ling, wat helpt bij het regu­le­ren van de omgevingstemperatuur.

 

Om deze rede­nen is het van belang dat grond­wer­ken en tuin­aan­leg zorg­vul­dig wor­den uit­ge­voerd. Met veel res­pect voor de bestaan­de bomen en hun wor­tel­stel­sels. Om hun voort­du­ren­de bij­dra­ge aan de eco­sys­teem­dien­sten die ze leve­ren te kun­nen waarborgen.

Door bomen zorg­vul­dig te inte­gre­ren in je pro­ject, ze te bescher­men tij­dens bouw­werk­zaam­he­den en dus geen wor­tel­scha­de te maken, draag je bij aan het behoud en de cre­a­tie van een natuur­lij­ke groen- of parkomgeving.

 

 

Hoe bomen fysiek bescher­men tegen wor­tel­scha­de in hun kroonprojectie?

Het fysiek bescher­men van bomen in hun wor­tel­zo­ne en het bescher­men tegen het betre­den van deze zone, is essen­ti­eel om wor­tel­scha­de te voor­ko­men. Dit zijn enke­le effec­tie­ve metho­den die werken:

 

Afzet­tin­gen of barrières

Plaats fysie­ke bar­ri­è­res zoals hek­ken of afzet­tin­gen rond de kri­tie­ke wor­tel­zo­ne (TBBZ – te bescher­men boom­zo­ne) van de boom, die vaak tot aan de drup­pel­lijn van de boom­kroon en zelfs ver­der reikt. Dit voor­komt direc­te betre­ding en mecha­ni­sche scha­de door voer­tui­gen, zwa­re machi­nes of inten­sie­ve voet­gan­gers­ac­ti­vi­teit. Ook voor­komt het onge­con­tro­leerd en onre­gel­ma­tig uit­voe­ren van werk­zaam­he­den in de bodem rond de boom.

Bodem­be­dek­king

Gebruik orga­ni­sche mulch, zoals hout­snip­pers of schors, om een bescher­men­de laag over de wor­tel­zo­ne te cre­ë­ren. Dit ver­min­dert bodem­ver­dich­ting door betre­ding, helpt vocht vast te hou­den, en biedt een visu­e­le aan­wij­zing om het gebied te ver­mij­den. Zorg ervoor dat de mulch niet direct tegen de stam ligt om vocht­pro­ble­men en ziek­tes te voorkomen.

Rij­pla­ten

Bij tij­de­lij­ke nood­zaak voor zwaar ver­keer in de nabij­heid van bomen, gebruik rij­pla­ten om de druk op de bodem te ver­de­len en wor­tel­scha­de te mini­ma­li­se­ren. Zorg ervoor dat de rij­pla­ten zorg­vul­dig wor­den geplaatst en ver­wij­derd om ver­sto­ring van de wor­tels te voor­ko­men. Gebruik ook geschikt rij­pla­ten; zwaar ver­voer is alleen moge­lijk bij gebruik van zwa­re en dik­ke sta­len rij­plan­ten. Kunst­stof rij­pla­ten bie­den hier niet vol­doen­de bescher­ming. Deze zijn alleen geschikt voor lich­ter ver­keer zoals krui­wa­gens, voet­gan­gers, lich­te­re machi­nes tot bij­voor­beeld 500 kg.

Manu­e­le wer­ken in de wortelzones

Laat geen machi­na­le bodem­be­wer­kin­gen toe in de wor­tel­zo­nes rond bomen. Want met machi­na­le bewer­kin­gen van de bodem wordt maar al te vaak veel scha­de aan­ge­richt. Zo zal je door de top­laag van de bodem te fre­zen ern­sti­ge wor­tel­scha­de ver­oor­za­ken. Maak hier gebruik van pers­lucht­tech­nie­ken zoals een air­s­pa­de om bodem los te maken, en nivel­leer deze met hand­ge­reed­schap zoals de hark.

Ver­hoog­de loop­brug­gen en platformen

In gebie­den met hoge voet­gan­gers­druk, over­weeg het instal­le­ren van ver­hoog­de loop­brug­gen of plat­for­men die boven de wor­tel­zo­ne uit­stij­gen. Dit ver­min­dert direc­te impact op de bodem en beschermt de onder­lig­gen­de wortelzones.

Bewustzijns‑, sen­si­bi­li­se­rings- en educatieprogramma’s

Het ont­wik­ke­len van bewust­zijns­pro­gram­ma’s, sen­si­bi­li­se­rings­cam­pag­nes en edu­ca­tief mate­ri­aal voor de gemeen­schap en werk­ne­mers op bouw­plaat­sen kan hel­pen bij het bena­druk­ken van het belang van het bescher­men van boom­wor­tels. Het infor­me­ren over de gevoe­lig­heid van wor­tel­zo­nes en het aan­moe­di­gen van res­pect­vol gedrag kan fysie­ke scha­de verminderen.

Regel­ma­ti­ge moni­to­ring en onderhoud

Regel­ma­ti­ge inspec­ties van de bescherm­de zones rond bomen zor­gen ervoor dat de pre­ven­tie­ve maat­re­ge­len effec­tief blij­ven. En niet wor­den omzeild of bescha­digd. Snel­le repa­ra­ties of aan­pas­sin­gen aan bescher­mings­maat­re­ge­len zor­gen voor onon­der­bro­ken bescherming.

Het imple­men­te­ren van deze maat­re­ge­len ver­eist een zorg­vul­di­ge plan­ning en inves­te­ring. Maar de lan­ge ter­mijn voor­de­len voor de gezond­heid en levens­duur van bomen zijn aan­zien­lijk. Het bescher­men van de wor­tel­zo­ne is een essen­ti­eel onder­deel van goed boom­be­heer en land­schaps­be­houd en het voor­ko­men van wor­tel­scha­de bij bomen.

Start typing and press Enter to search

Shopping Cart