Beuken met zonnebrand, waarvan een beuk reeds volledig is afgestorven (geschors volledig gelost).

Zon­ne­brand of schors­brand bij bomen

Zon­ne­brand of schors­brand bij beu­ken, lin­de­bo­men, en esdoorn

Zon­ne­brand of schors­brand bij bomen, ook wel bekend als zon­ne­brand­scha­de, is een feno­meen waar­bij de schors van bomen, zoals beu­ken­bo­men, lin­de­bo­men, esdoorn en ande­re bomen met glad­de schors, bescha­digd raken door over­ma­ti­ge bloot­stel­ling aan intens zon­licht en hit­te­stra­ling. In com­bi­na­tie met hoge omgevingstemperaturen.

Wat leidt tot bescha­di­gin­gen zoals scheu­ren, ver­kleu­ring, en het afster­ven van schorsgebieden.

Dit feno­meen ver­oor­zaakt fysi­o­lo­gi­sche stress waar­on­der ver­sto­rin­gen in de water­huis­hou­ding en foto­syn­the­se van de boom. Voor­al omwil­le van de ther­mi­sche scha­de aan de schors en het onder­lig­gen­de cam­bi­um van de boom.

Schors­brand kan voor­al voor­ko­men bij jon­ge bomen. Of bomen die plot­se­ling aan meer zon­licht wor­den bloot­ge­steld. Dan waar ze aan gewend zijn. Bij­voor­beeld na het kap­pen van omlig­gen­de bomen of een hout­kant aan de rand van het getrof­fen bomenbestand.

 

 

Inhouds­op­ga­ve toon

 

 

Boom­soort- en seizoensafhankelijk

De gevoe­lig­heid van bomen voor zon­ne­brand kan vari­ë­ren met de sei­zoe­nen en per boomsoort.

In de win­ter, wan­neer bomen hun bla­de­ren ver­lie­zen, kan de schors meer bloot­ge­steld wor­den aan zon­licht. Wat kan lei­den tot zonnebrandschade.

Ech­ter, de inten­si­teit van de zon is in de zomer gro­ter. Wat ook een hoger risi­co op schors­brand kan betekenen.

Het effect van het plot­se­ling vrij­stel­len van boom­soor­ten die gevoe­lig zijn voor zon­ne­brand. Zoals na het kap­pen van een bos, kan resul­te­ren in een ver­hoog­de inci­den­tie van zon­ne­brand­scha­de. Omdat deze bomen zich niet gelei­de­lijk aan een ver­hoog­de zon­bloot­stel­ling heb­ben kun­nen aanpassen.

Som­mi­ge soor­ten, met name die met glad­de schors zoals beu­ken, lin­de­bo­men, en esdoorns, zijn gevoe­li­ger voor deze aandoening.

 

Pre­ven­tie

Om zon­ne­brand tegen te gaan, kun­nen ver­schil­len­de maat­re­ge­len wor­den genomen.

Het aan­bren­gen van een fysie­ke bar­ri­è­re, zoals jute, kan de schors bescher­men tegen direct zon­licht. Ech­ter, het gebruik van jute kan ook nade­len heb­ben. Zoals het vast­hou­den van vocht tegen de schors. Wat kan lei­den tot schim­mel­groei of ande­re problemen.

 

Schors­brand gevoe­li­ge boomsoorten

Enke­le van de meest gevoe­li­ge boom­soor­ten voor zon­ne­brand zijn:

  • Beu­ken (Fagus spp.) – Deze bomen heb­ben een dun­ne, glad­de schors die gemak­ke­lijk kan scheu­ren onder ther­mi­sche stress.
  • Lin­des (Tilia spp.) – Ook bekend om hun glad­de schors, zijn lin­de­bo­men vat­baar voor zon­ne­brand, voor­al jon­ge exemplaren.
  • Esdoorns (Acer spp.) – Voor­al jon­ge esdoorns met hun dun­ne schors zijn gevoe­lig voor zonnebrandschade.

Naast deze soor­ten, zijn er ook nog ande­re boom­soor­ten die gevoe­lig zijn voor zonnebrand.

Hier zijn enke­le aan­vul­len­de soor­ten die vat­baar zijn voor deze aandoening:

  • Oos­te­lij­ke wit­te den (Pinus stro­bus) – deze boom­soort kan zon­ne­brand­scha­de ver­to­nen wan­neer hij aan de rand van kap­vlak­ten staat. Met name aan de zon­zij­de waar de schors kan afster­ven of ver­kleu­ren (Huber­man, 1943).
  • Haag­beuk (Carpins spp.) – deze soort heeft ook een dun­ne gla­de schors, die gevoe­lig is voor schorsbrand.
  • Boom­soor­ten met over het alge­meen dun­ne schors die gevoe­lig zijn voor snel­le tem­pe­ra­tuur­schom­me­lin­gen, wat leidt tot zonnebrandschade.

 

Bij­ko­men­de fac­to­ren die zon­ne­brand bij bomen beïnvloeden

  • Cul­tu­re­le prak­tij­ken en kwets­baar­heid van bomen: cul­tu­re­le prak­tij­ken zoals onjuist snoei­en, ver­won­din­gen en onvol­doen­de water geven na het plan­ten of ver­plan­ten kun­nen stads­bo­men pre­dis­po­ne­ren voor schors­brand. Een­vou­di­ge pre­ven­tie­ve maat­re­ge­len zoals vol­doen­de water geven tij­dens het eer­ste groei­sei­zoen na het plan­ten of ver­plan­ten kun­nen het voor­ko­men van zon­ne­brand aan­zien­lijk ver­min­de­ren (Rop­po­lo Jr. & Mil­ler, 2001).
  • Zon­ne­brand bij fruit­ge­was­sen: bij fruit­ge­was­sen zoals appels wordt zon­ne­brand geas­so­ci­eerd met oxi­da­tie­ve stress. En ver­an­de­rin­gen in water­re­la­ties door hoge stra­ling en hit­te. Deze stres­sfac­to­ren kun­nen de fysi­o­lo­gi­sche balans in vruch­ten ver­an­de­ren, wat leidt tot zicht­ba­re scha­de (Naschitz et al., 2015).
  • Bij­dra­gen van tem­pe­ra­tuur en licht: onder­zoek wijst uit dat tem­pe­ra­tu­ren boven de 40°C en direc­te licht­bloot­stel­ling nodig zijn voor de ont­wik­ke­ling van zon­ne­brand bij appels. Plan­ten kun­nen een kor­te­ter­mijn­to­le­ran­tie ver­wer­ven door voor­af­gaan­de bloot­stel­ling aan sub-scha­de­lij­ke omstan­dig­he­den. Wat helpt bij het aan­pas­sen aan plot­se­lin­ge mili­eu­ver­an­de­rin­gen (Naschitz et al., 2015).
  • Bescher­men­de maat­re­ge­len bij fruit­ge­was­sen: bescher­men­de maat­re­ge­len zoals het gebruik van net­ten en bescher­mings­mid­de­len kun­nen het voor­ko­men van zon­ne­brand bij vruch­ten zoals appels ver­min­de­ren. Met name in neo­tro­pi­sche kli­ma­ten. Scha­duw­net­ten zijn met name effec­tief geble­ken (Tsai et al., 2013).

 

Hoe gaat zon­ne­brand in zijn werk?

Zon­ne­brand treedt op wan­neer de schors van een boom abrupt wordt bloot­ge­steld aan ster­ke zon­licht­in­ten­si­teit. Dit kan gebeu­ren na het kap­pen van omlig­gen­de bomen of tij­dens onge­woon hel­de­re en hete dagen. De inten­se hit­te kan ervoor zor­gen dat de schors te warm wordt, wat leidt tot de dood van de schor­s­cel­len. Tij­dens kou­de nach­ten kan deze bescha­dig­de schors snel afkoe­len en scheu­ren, wat ver­de­re scha­de veroorzaakt.

Schors­brand bij bomen, mani­fes­teert zich als dode schors­strips aan zon bloot­ge­stel­de zij­den. Deze scha­de ver­laagt niet alleen de hout­kwa­li­teit maar ver­hoogt ook de vat­baar­heid voor insec­ten en schimmels.

De com­bi­na­tie van hoge tem­pe­ra­tu­ren en licht leidt tot abnor­ma­le foto­dy­na­mi­sche reac­ties in de plan­ten­weef­sels. Deze omstan­dig­he­den ver­sto­ren de nor­ma­le cel­lu­lai­re pro­ces­sen. Waar­door er weef­sel­be­scha­di­ging ontstaat.

Mor­fo­lo­gisch gezien mani­fes­teert zon­ne­brand­scha­de zich als ver­kleu­ring en scheu­ren in de schors van de boom.

Fysi­o­lo­gisch gezien wordt de scha­de ver­oor­zaakt door de UV-stra­ling van de zon. Die de leven­de cel­len in de schors kan bescha­di­gen of doden. Dit leidt tot een ver­min­der­de vita­li­teit van de boom. En een ver­hoog­de gevoe­lig­heid voor ziek­ten en insectenplagen.

Het onder­zoek “Smooth bark surfa­ces can defend trees against insect attack: resur­rec­ting a ‘slip­pery’ hypo­the­sis” sug­ge­reert dat glad­de schors een ver­de­di­gings­me­cha­nis­me kan zijn tegen insec­ten. Maar als deze schors scha­de oploopt door schors­brand, dan is deze ver­de­di­ging gecompromitteerd.

 

Mor­fo­lo­gi­sche en fysi­o­lo­gi­sche uitleg

Het cam­bi­um is een cru­ci­a­le laag in bomen die ver­ant­woor­de­lijk is voor de secun­dai­re groei of dik­te­groei. Het pro­du­ceert het xyleem (hout) naar de bin­nen­kant en het flo­ëem (bast) naar de buitenkant.

Wan­neer een boom getrof­fen wordt door zon­ne­brand, heeft dit direc­te en ern­sti­ge gevol­gen voor het cam­bi­um. Wat de groei en het her­stel van de boom zal belem­me­ren. Hier­on­der lees je wat er fysi­o­lo­gisch gebeurt met het cam­bi­um van bomen onder invloed van zonnebrand.

 

Ver­hoog­de tem­pe­ra­tuur van de schors; ther­mi­sche schade

Wan­neer je de schors van de boom bloot­ge­stelt aan direct zon­licht, kan de tem­pe­ra­tuur van de schors aan­zien­lijk stij­gen. Dit is met name pro­ble­ma­tisch tij­dens de win­ter wan­neer de laag­han­gen­de zon direct op de zui­de­lij­ke zij­de van de boom schijnt.

De tem­pe­ra­tuur­stij­ging, omwil­le van de inten­se hit­te van de zon, in com­bi­na­tie met plot­se­lin­ge bloot­stel­ling, zal lei­den tot het afster­ven van schor­s­cel­len en het onder­lig­gen­de cam­bi­um. Omdat deze niet zijn aan­ge­past aan de plot­se­lin­ge hitte.

De hoge tem­pe­ra­tu­ren bescha­di­gen de cel­lu­lai­re struc­tu­ren bin­nen het cam­bi­um. Inclu­sief het dena­tu­re­ren van eiwit­ten, die essen­ti­eel zijn voor cel­ac­ti­vi­teit en ‑divi­sie.

 

Cel­be­scha­di­ging en dood

De ver­hoog­de tem­pe­ra­tu­ren lei­den tot eiwit­de­na­tu­ra­tie en ver­sto­ring van cel­mem­bra­nen, wat resul­teert in cel­be­scha­di­ging en uit­ein­de­lijk cel­dood. Dit ver­oor­zaakt op zijn beurt necro­se in de schors, waar­bij de schors bruin wordt en afsterft.

De hit­te ver­oor­zaakt cel­stress bin­nen het cam­bi­um door de nor­ma­le meta­bo­li­sche pro­ces­sen te ver­sto­ren. Bij­voor­beeld, enzy­men die betrok­ken zijn bij cel­groei en ‑repa­ra­tie kun­nen inac­tief wor­den.  Wat leidt tot ver­min­der­de groei en rege­ne­ra­tie van de schors en het xyleem.

In ern­sti­ge geval­len kan dit resul­te­ren in de dood van cam­bi­um­cel­len. Wat per­ma­nen­te scha­de aan de boom bete­kent. Aan­ge­zien het cam­bi­um de eni­ge laag is die nieu­we cel­len voor deze weef­sels kan genereren.

 

Ver­sto­ring van het water­trans­port; de ver­stoor­de vloeistofdynamiek

Ther­mi­sche- en cel­scha­de aan het cam­bi­um, de laag tus­sen de schors en het hout, die nieu­we schors- en hout­cel­len pro­du­ceert in het flo­ëem en xyleem, waar op zijn beurt het trans­port van voe­dings­stof­fen en water tus­sen de wor­tels en de bla­de­ren plaats vindt, zal het trans­port van water en voe­dings­stof­fen ern­stig verstoren.

Wan­neer het cam­bi­um, cru­ci­aal voor de groei en het her­stel van de boom, dus bescha­digd is door schors­brand, wordt ook dit trans­port­me­cha­nis­me verstoord.

Het zal lei­den tot een onba­lans in de hydra­ta­tie en voe­ding van de boom. Wat de alge­he­le gezond­heid, func­ti­o­na­li­teit, en vita­li­teit van de boom beïn­vloedt en aantast.

 

Onder­bre­king fotosynthese

Scha­de aan de schors kan ook indi­rect de foto­syn­the­se beïnvloeden.

Door het ver­min­de­ren van de alge­he­le gezond­heid van de boom.

Hoe­wel de bla­de­ren pri­mair ver­ant­woor­de­lijk zijn voor foto­syn­the­se, beïn­vloedt de gezond­heid van de stam en de tak­ken ‚ook de effi­ci­ën­tie en effec­ti­vi­teit van dit fotosyntheseproces.

 

Ver­hoog­de gevoe­lig­heid voor ziek­te­ver­wek­kers of pathogenen

Bloot­ge­steld en bescha­digd cam­bi­um en schors wor­den gemak­ke­lij­ker geïn­fec­teerd door schim­mels en bacteriën.

Open won­den vor­men een toe­gangs­poort voor ziek­te­ver­wek­kers die ver­der de gezond­heid van de boom kun­nen aantasten.

Nor­maal gespro­ken vormt de intac­te schors een bar­ri­è­re tegen ziek­te­ver­wek­kers. Maar als het cam­bi­um bescha­digd is, kun­nen ziek­te­ver­wek­kers gemak­ke­lij­ker bin­nen­drin­gen en infec­ties ver­oor­za­ken in de kwets­ba­re inter­ne struc­tu­ren van de boom.

Bemerk hier­bij dat voor­al de ver­zwak­king van de boom, omwil­le van afge­no­men gezond­heid en con­di­tie, de boom gevoeil­ger maakt voor ziek­te­ver­wek­kers en schim­mel­aan­tas­tin­gen.

 

Scha­de mecha­nis­me: ther­mi­sche uit­zet­ting en con­trac­tie van de schors en bast door schorsbrand

De snel­le opwar­ming van de schors, gevolgd door een snel­le afkoe­ling (voor­al ’s nachts of in sei­zoe­nen met gro­te tem­pe­ra­tuur­schom­me­lin­gen) leidt tot ther­mi­sche uit­zet­ting (expan­sie) en con­trac­tie van de schors en het onder­lig­gen­de cam­bi­um. Waar­door er door mecha­ni­sche span­nin­gen scheu­ren ont­staan in de schors en bast. De zoge­naam­de zon­ne­brand­let­sels (Rop­po­lo & Mil­ler, 2001).

 

Com­pen­sa­toi­re groei

In som­mi­ge geval­len kan het cam­bi­um pro­be­ren com­pen­sa­toi­re groei te rea­li­se­ren, rond de bescha­dig­de gebie­den. Wat kan lei­den tot de vor­ming van callusweefsel.

Hoe­wel dit een poging is van de boom, om zich­zelf te gene­zen, kan deze abnor­ma­le groei de boom ver­der ver­zwak­ken, omdat call­us­weef­sel aan­ma­ken veel ener­gie vraagt. Waar­door hij moge­lijk min­der bestand is tegen omgevingsstressoren.

 

Sei­zoens­ge­bon­den variaties

De gevoe­lig­heid voor zon­ne­brand vari­eert sei­zoens­ge­bon­den. In de win­ter, wan­neer bomen hun bla­de­ren ver­lie­zen, is de schors meer bloot­ge­steld en vat­baar­der voor tem­pe­ra­tuur­fluc­tu­a­ties en zon­ne­stra­ling. Waar­door de kans op schors­brand toeneemt.

De zomer kan ook risico’s met zich mee­bren­gen door hoge tem­pe­ra­tu­ren en inten­se zon­licht. Voor­al voor jon­ge bomen of recent aan­ge­plan­te bomen die nog niet vol­le­dig zijn geac­cli­ma­ti­seerd. Of waar­van de schors nog niet vol­le­dig ont­wik­keld is.

 

Zon­ne­brand herkennen

Het cam­bi­um dat getrof­fen en bescha­digd is door zon­ne­brand kan visu­eel ver­schil­len­de teke­nen van stress en scha­de ver­to­nen. Hier is een beschrij­ving van hoe dit er typisch uitziet.

 

Ver­kleu­ring

Het cam­bi­um, nor­maal ver­bor­gen onder de schors, kan zicht­baar wor­den door scheu­ren of los­la­ten van de schors. Het bescha­dig­de cam­bi­um kan don­ker­der van kleur zijn dan het gezon­de weef­sel, vari­ë­rend van bruin tot zwart. Deze ver­kleu­ring duidt op de afster­ving van cambiumcellen.

 

Scheu­ren en schilfering

Door de extre­me tem­pe­ra­tuur­schom­me­lin­gen die zon­ne­brand ver­oor­za­ken, kan het cam­bi­um uit­zet­ten en krim­pen, wat leidt tot scheu­ren in de schors. Bij ern­sti­ge scha­de kan de schors begin­nen te schil­fe­ren en los­la­ten, wat gro­te­re delen van het don­ke­re, bescha­dig­de cam­bi­um blootlegt.

 

Droog en broos uiterlijk

Het bescha­dig­de cam­bi­um kan droog en broos lij­ken, voor­al als de scha­de gepaard gaat met een gebrek aan vocht. Deze tex­tuur­ver­an­de­ring is een teken dat het weef­sel zijn vita­li­teit heeft ver­lo­ren en niet lan­ger actief bij­draagt aan de groei van de boom.

 

Vor­ming van callusweefsel

In reac­tie op de scha­de kan de boom pogin­gen doen om de won­den te over­brug­gen met nieuw call­us­weef­sel. Dit weef­sel ziet eruit als een onge­or­den­de, knob­be­li­ge groei rond de ran­den van de bescha­dig­de gebieden.

Het is vaak lich­ter van kleur dan het omlig­gen­de hout en cam­bi­um en kan in de loop van de tijd toe­ne­men als de boom pro­beert zich­zelf te genezen.

 

Ver­hoog­de gevoe­lig­heid voor infecties

Het bescha­dig­de cam­bi­um kan een toe­gangs­poort zijn voor ziek­te­ver­wek­kers, wat resul­teert in ver­de­re scha­de. Gebie­den rond het bescha­dig­de cam­bi­um kun­nen teke­nen van infec­tie ver­to­nen, zoals hars­vor­ming, zwam­groei of ande­re onge­wo­ne groeipatronen.

In het alge­meen geeft het uiter­lijk van het cam­bi­um dat bescha­digd is door zon­ne­brand de strijd weer die de boom voert tegen omge­vings­stress en zijn pogin­gen om te her­stel­len. Regel­ma­ti­ge inspec­tie en pas­send beheer zijn essen­ti­eel om ervoor te zor­gen dat deze bomen over­le­ven en her­stel­len van der­ge­lij­ke stress­vol­le gebeurtenissen.

 

Kor­te- en langetermijngevolgen

Op kor­te ter­mijn leidt zon­ne­brand tot het afster­ven van schors­ge­bie­den, wat resul­teert in zicht­ba­re scheu­ren en ver­kleu­rin­gen. Deze bescha­di­gin­gen kun­nen de boom vat­baar maken voor infec­ties door schim­mels en bacteriën.

Op lan­ge ter­mijn kan her­haal­de­lij­ke bloot­stel­ling aan zon­ne­brand de struc­tu­re­le inte­gri­teit en de gezond­heid van een boom ern­stig aan­tas­ten. Chro­ni­sche scha­de kan lei­den tot een ver­min­der­de groei, ver­hoog­de gevoe­lig­heid voor ziek­ten en uit­ein­de­lijk de dood van de boom als de vita­le trans­port­ka­na­len van water en voe­dings­stof­fen wor­den onderbroken.

 

Pre­ven­tie en beheer; beschermingsstrategieën

Om zon­ne­brand­scha­de aan het cam­bi­um te voor­ko­men, is het belang­rijk om jon­ge en pas geplan­te bomen te bescher­men met scha­duw­doe­ken of wit­kalk, voor­al in gebie­den met hoge zon­in­ten­si­teit. Regel­ma­ti­ge moni­to­ring en zorg­vul­dig water­ma­na­ge­ment kun­nen ook hel­pen om de bomen te bescher­men tegen de nade­li­ge effec­ten van zonnebrand.

Om zon­ne­brand te voor­ko­men, kun­nen beheer­ders ver­schil­len­de stra­te­gie­ën gebrui­ken, zoals het aan­bren­gen van wit­kalk of boo­m­om­sla­gen die reflec­te­ren en iso­le­ren, het stra­te­gisch plan­ten van bomen om natuur­lij­ke scha­duw te benut­ten, en het waar­bor­gen van vol­doen­de water­gift om de alge­he­le weer­stand van de boom tegen stress te verhogen.

Deze uit­een­zet­ting van de fysi­o­lo­gi­sche effec­ten van zon­ne­brand op bomen bena­drukt de com­plexi­teit van deze aan­doe­ning en het belang van pre­ven­tie­ve maat­re­ge­len om de gezond­heid en het wel­zijn van bomen te behouden.

Om zon­ne­brand te voor­ko­men, kun­nen ver­schil­len­de metho­den wor­den toe­ge­past, zoals het aan­bren­gen van boo­m­om­slag of spe­ci­a­le verf die de schors beschermt tegen extre­me tem­pe­ra­tuur­wis­se­lin­gen. Het stra­te­gisch plaat­sen van bomen om vol­doen­de zon­licht te ont­van­gen zon­der over­ma­ti­ge bloot­stel­ling is cru­ci­aal. Ook het regel­ma­tig hydra­te­ren van bomen kan hel­pen de effec­ten van zon­ne­brand te mini­ma­li­se­ren, voor­al na trans­plan­ta­tie (Rop­po­lo & Mil­ler, 2001).

 

Soor­ten pre­ven­tie tegen zonnebrand

Boo­m­om­slag

Het gebruik van bescher­men­de omsla­gen zoals jute of spe­ci­aal ont­wor­pen boom­wraps kan hel­pen de schors te iso­le­ren tegen extre­me temperatuurvariaties.

Stra­te­gi­sche beplanting

Door bomen te plan­ten op loca­ties waar ze natuur­lij­ke scha­duw krij­gen van ande­re bomen of struc­tu­ren, kan de bloot­stel­ling aan inten­se zon­ne­stra­ling wor­den verminderd.

Water geven

Regel­ma­tig water geven helpt de alge­he­le gezond­heid van de boom te onder­hou­den en ver­be­tert zijn weer­stand tegen zonnebrand.

Zon­ne­brand­verf

In som­mi­ge geval­len kan het aan­bren­gen van een spe­ci­a­le zon­ne­brand­verf op de schors de boom hel­pen bescher­men door te reflec­te­ren van het zonlicht.

 

Gebruik van jute als boomomslag

Hoe­wel jute kan wor­den gebruikt om jon­ge of kwets­ba­re bomen te bescher­men door het cre­ë­ren van een bar­ri­è­re tegen direct zon­licht, kan het ook nade­len heb­ben, zoals vocht­re­ten­tie die kan lei­den tot schim­mel­groei of het bevrie­zen van de schors.

Jute wordt vaak gebruikt als bescher­mings­ma­te­ri­aal voor bomen, voor­al jon­ge of kwets­ba­re exem­pla­ren, tegen ele­men­ten zoals ster­ke zon en kou­de wind. Jute heeft ech­ter enke­le nade­len die ver­band hou­den met zijn vocht­op­na­me-eigen­schap­pen. Wan­neer jute voch­tig wordt, kan dit invloed heb­ben op de onder­lig­gen­de schors, voor­al in kou­de omstandigheden.

 

Nade­len van jute door voch­tig­heid en bevriezing

Vocht­ab­sorp­tie

Jute absor­beert vocht uit de omge­ving, wat kan lei­den tot een ver­hoog­de voch­tig­heid rond de schors. Dit is voor­al pro­ble­ma­tisch tij­dens de win­ter wan­neer de tem­pe­ra­tu­ren dalen en de kans op bevrie­zing van dit vocht toe­neemt (Lond­he, Mache, & Kul­kar­ni, 2016).

Warm­te­ont­trek­king door verdamping

Als jute nat wordt en ver­vol­gens wordt bloot­ge­steld aan dro­ge, kou­de wind, kan ver­dam­ping optre­den. Deze ver­dam­ping kan warm­te ont­trek­ken aan de jute en indi­rect aan de schors die het bedekt. Dit pro­ces kan lei­den tot een ver­la­ging van de tem­pe­ra­tuur van de schors, wat het risi­co op bevrie­zing van het cam­bi­um verhoogt.

Scha­de ver­ge­lijk­baar met zonnebrand

Hoe­wel de mecha­nis­men ver­schil­lend zijn, kan de scha­de ver­oor­zaakt door bevrie­zing enigs­zins ver­ge­lijk­baar zijn met zon­ne­brand. Bevrie­zing kan lei­den tot bar­sten en scheu­ren in de schors, ver­ge­lijk­baar met wat gebeurt bij zon­ne­brand, waar­bij de inte­gri­teit van de schors wordt aan­ge­tast en de boom kwets­baar wordt voor infec­ties en ver­de­re schade.

Om de nade­len van het gebruik van jute in kou­de en voch­ti­ge kli­ma­ten te beper­ken, is het belang­rijk om:

  • Jute regel­ma­tig te inspec­te­ren en te ver­van­gen als het bescha­digd is.
  • Zor­gen voor goe­de lucht­cir­cu­la­tie ach­ter de jut­te door het aan­bren­gen van bij­voor­beeld bam­boe stok­ken, zodat recht­streeks­con­tact tus­sen de jut­te en de bast en stam ver­me­den worden.
  • Alter­na­tie­ve mate­ri­a­len te over­we­gen die min­der vocht absor­be­ren en bete­re iso­le­ren­de eigen­schap­pen heb­ben tegen zowel zon­ne­brand als kou­de scha­de, zoals bij­voor­beeld rie­ten matten.

Het gebruik van jute ver­eist dus zorg­vul­di­ge over­we­ging van zowel de voor­de­len als poten­ti­ë­le risi­co’s, voor­al in omge­vin­gen waar tem­pe­ra­tuur­fluc­tu­a­ties en hoge voch­tig­heid voorkomen.

 

Nadeel van jut­te omwil­le van iso­le­ren­de eigenschap

Een belang­rijk punt om te over­we­gen is dat jute door zijn eigen­schap­pen van vocht­op­na­me en iso­la­tie wel­licht kan bij­dra­gen aan een ver­hoog­de tem­pe­ra­tuur van de schors onder bepaal­de omstan­dig­he­den, zoals direc­te zon­licht­ex­po­si­tie of in zeer war­me kli­ma­ten. Dit kan poten­ti­eel scha­de­lijk zijn voor de boom, voor­al als dit leidt tot over­ver­hit­ting van de schors.

 

Over­we­gin­gen bij het gebruik van jute

Hoe­wel jute een popu­lai­re keu­ze is voor boo­m­om­slag, moet men voor­zich­tig zijn met het gebruik ervan, voor­al in kou­de­re kli­ma­ten of tij­dens nat­te sei­zoe­nen. Jute kan vocht vast­hou­den, wat tij­dens kou­de peri­o­den kan lei­den tot bevrie­zing van de schors. Alter­na­tie­ven zoals rie­ten­mat­ten kun­nen bete­re ven­ti­la­tie bie­den en zijn esthe­tisch aan­trek­ke­lij­ker, ter­wijl ze toch bescher­ming bie­den tegen zonnebrand.

 

Rie­ten­mat­ten als optie tegen zonnebrand

Rie­ten mat­ten wor­den soms aan­be­vo­len als een alter­na­tief voor jute omdat ze:

  • Min­der dicht­heid heb­ben, wat bete­kent dat ze moge­lijk bete­re ven­ti­la­tie bieden.
  • Een natuur­lij­ke uit­stra­ling heb­ben, die esthe­tisch aan­ge­na­mer kan zijn in som­mi­ge landschappen.
  • Duur­zaam en sterk zijn, waar­door ze effec­tief bescher­ming bie­den tegen fysie­ke scha­de zon­der risi­co op oververhitting.

Als bescher­ming tegen tem­pe­ra­tuur­schom­me­lin­gen en over­ver­hit­ting een belang­rijk aspect is, kan het gebruik van rie­ten­mat­ten of ande­re alter­na­tie­ven die bete­re ven­ti­la­tie bie­den en min­der warm­te vast­hou­den een over­we­ging waard zijn.

 

Aan­be­vo­len boom­be­heer prak­tij­ken voor lang­du­ri­ge bescherming

Naast boven­staan­de maat­re­ge­len is het belang­rijk om de vol­gen­de prak­tij­ken te imple­men­te­ren voor de lang­du­ri­ge gezond­heid en bescher­ming van bomen tegen zonnebrand:

  • Peri­o­die­ke eva­lu­a­tie: regel­ma­ti­ge con­tro­le van de boom­ge­zond­heid kan vroeg­tij­di­ge teke­nen van stress, inclu­sief zon­ne­brand, aan het licht bren­gen. Dit stelt beheer­ders in staat om snel in te grij­pen voor­dat de scha­de zich uitbreidt.
  • Snel­le reac­tie op scha­de: als er teke­nen van zon­ne­brand wor­den waar­ge­no­men, moet men snel han­de­len om ver­de­re scha­de te beper­ken, zoals het snoei­en van dode of bescha­dig­de tak­ken en het behan­de­len van de getrof­fen gebie­den met geschik­te fun­gi­ci­den of bac­te­ri­ci­den om infec­ties te voorkomen.
  • Edu­ca­tie en trai­ning: het oplei­den van men­sen in de her­ken­ning en pre­ven­tie van zon­ne­brand kan hel­pen om de pro­ble­men op gro­te schaal aan te pak­ken, voor­al in ste­de­lij­ke of park­om­ge­vin­gen waar veel ver­schil­len­de soor­ten bomen samen voorkomen.

 

Con­clu­sie

Zon­ne­brand of schors­brand is een ern­sti­ge bedrei­ging en sig­ni­fi­can­te stres­sfac­tor voor veel boom­soor­ten­met dun­ne en gla­de schors. Zoals beu­ken­bo­men, lin­de­bo­men en esdoorns. Het kan lei­den tot aan­zien­lij­ke scha­de aan boom­weef­sels, wat zowel de kwa­li­teit als de gezond­heid van de bomen beïnvloedt.

zijn essen­ti­eel om de gezond­heid en groei van deze bomen te behouden.

Het ver­eist aan­dach­ti­ge zorg, ade­qua­te pre­ven­tie­ve maat­re­ge­len en zorg­vul­dig boom­be­heer. Door de juis­te bescher­mings­stra­te­gie­ën toe te pas­sen. En aan­dacht te beste­den aan de spe­ci­fie­ke behoef­ten van gevoe­li­ge boom­soor­ten, kun­nen we als boom­ver­zor­gers hel­pen de gezond­heid en levens­duur van jouw bomen te behouden.

Het kie­zen van de juis­te bescher­mings­me­tho­den, zoals het gebruik van boo­m­om­sla­gen of zon­ne­brand­verf, en het stra­te­gisch plaat­sen van bomen, en aan­plan­ten van nieu­we bomen die bescher­ming bie­den, kun­nen effec­tief bij­dra­gen aan het ver­min­de­ren van de risico’s van zonnebrand.

Zon­ne­brand bij bomen is een com­plexe aan­doe­ning die een seri­eu­ze aan­pak ver­eist voor effec­tief beheer en preventie.

Door een diep­gaand begrip van de oor­za­ken en effec­ten van zon­ne­brand, gecom­bi­neerd met pro­ac­tie­ve zorg en mana­ge­ment­prak­tij­ken, kan je waar­de­vol­le boom­po­pu­la­ties bescher­men tegen de scha­de­lij­ke effec­ten van direct zon­licht en extre­me temperatuurfluctuaties.

Laten we samen­wer­ken om de natuur­lij­ke schoon­heid en vita­li­teit van onze bomen te behou­den voor toe­kom­sti­ge generaties.

Start typing and press Enter to search

Shopping Cart